Het einde van de armoede
Sunday, May 17th, 2009
Begin april stond in The Economist Neuroscience and Social deprivation. Mensen die opgroeien in armoede blijven het ook later in hun leven slecht doen, ongeacht politiek systeem of mooie beleidsplannen gebaseerd op weer nieuw sociologisch onderzoek. Nieuw onderzoek naar hersenactiveit toont echter aan dat opgroeien in armoede tot stressvolle omstandigheden leiden die het korte termijn geheugen beïnvloeden. Kinderen opgegroeid in armoede kunnen slechter informatie opslaan voor korte termijn gebruik dan kinderen uit de middenklasse.
Een paar weken later las ik een ander artikel, Brain Gain in de The New Yorker. Dit verhaal gaat over het gebruik van neuroenhancers met name onder studenten in de VS om prestaties te verbeteren. De drugs dragen vooral bij aan langer geconcentreerd blijven en daardoor meer aan kunnen op een dag. Zo kun je er wel best vijf papers meeschrijven, al moet je niet je beste werk verwachten, want je creatieviteit neemt niet toe. Maar dat hoeft misschien ook niet in ons tijdsgewricht, want de meeste werkgevers willen harde werkers, die vooral op tijd leveren. “Every time has its own drug”.
Wat mij echter het meest bij bleef, is dat drugs als Adderall het korte termijn geheugen stimuleren, de mogelijkheid om informatie op te slaan en op korte termijn weer te gebruiken. Wanneer dit geheugen al goed functioneert is het effect van de drugs beduidend minder. Mensen met een slecht functionerend korte termijn geheugen hebben de meeste profijt van het gebruik van de drugs. Oftewel, The End of Poverty bereiken we niet door miljarden aan arme landen te geven, maar door massaal Adderall aan armen te verstrekken.
Adderall, voor duurzame nivellering.
Begin april stond in The Economist Neuroscience and Social deprivation. Mensen die opgroeien in armoede blijven het ook later in hun leven slecht doen, ongeacht politiek systeem of mooie beleidsplannen gebaseerd op weer nieuw sociologisch onderzoek. Nieuw onderzoek naar hersenactiveit toont echter aan dat opgroeien in armoede tot stressvolle omstandigheden leiden die het korte termijn geheugen beïnvloeden. Kinderen opgegroeid in armoede kunnen slechter informatie opslaan voor korte termijn gebruik dan kinderen uit de middenklasse.
Een paar weken later las ik een ander artikel, Brain Gain in de The New Yorker. Dit verhaal gaat over het gebruik van neuroenhancers met name onder studenten in de VS om prestaties te verbeteren. De drugs dragen vooral bij aan langer geconcentreerd blijven en daardoor meer aan kunnen op een dag. Zo kun je er wel best vijf papers meeschrijven, al moet je niet je beste werk verwachten, want je creatieviteit neemt niet toe. Maar dat hoeft misschien ook niet in ons tijdsgewricht, want de meeste werkgevers willen harde werkers, die vooral op tijd leveren. “Every time has its own drug”.
Wat mij echter het meest bij bleef, is dat drugs als Adderall het korte termijn geheugen stimuleren, de mogelijkheid om informatie op te slaan en op korte termijn weer te gebruiken. Wanneer dit geheugen al goed functioneert is het effect van de drugs beduidend minder. Mensen met een slecht functionerend korte termijn geheugen hebben de meeste profijt van het gebruik van de drugs. Oftewel, The End of Poverty bereiken we niet door miljarden aan arme landen te geven, maar door massaal Adderall aan armen te verstrekken.
Adderall, voor duurzame nivellering.
