de vreemde

De kerkklokken van Jezus-Eik wekten mij met onregelmatige slagen. Het bleek zeven uur en de deuren van de kerk gesloten. 12 uur later vond ik mij terug op de Franse snelweg lachend om de gedachte of ík beweeg of de snelweg. Loopt daar plots een jongeman. Geen vluchtstrook, levensgevaarlijk. Ik stop en wuif hem. Geen reactie, vreemd. Hij stapt in, en noemt een frans stadje. Mijn frans laat te wensen over, maar hij wil zijn moeder bellen en is lichtelijk in paniek. Begrijpelijk. Bij de volgende afslag vraag ik hem (hij is nog steeds aan het bellen) of hij eraf moet, nee, nee rechtdoor. De afslag daarna hetzelfde. Volgens mij begrijpen wij elkaar niet. Ik stop en probeer nog een keer contact te maken. Ondanks dat hij is gaan zitten lukt dat niet. Het blijkt dat hij wil dat ik omdraai en hem naar Vienne breng, óf daar in de buurt. Ik besluit het niet te doen en zet hem in de regen op straat. Niet omdat ik het niet wil, ook niet omdat mijn benzine zo goed als op is. Hij maakt geen écht contact van hart tot hart. Verderrijdend door een hemel vol bliksemschichten blijft het knagen. Ook hij creert zijn eigen werkgelijkheid, in gedachten richt ik mij tot hem en stuur hem licht.

Comments are closed.