Archive for the ‘rechtsstaat’ Category

Grenzen aan cultuurrelativisme



Tuesday, March 15th, 2011

democratie1

Cultuurrelativisme bestaat in tal van geuren en kleuren. Over democratie en mensenrechten doen ook een hoop bekende redeneringen goed werk in de publieke wandelgangen.
Ik merk dat een bepaald soort cultuurrelativisme de laatste tijd weer in zwang is gekomen. Ik heb het hier voornamelijk over onderwerpen als universele mensenrechten en democratische staatshuishouding.
Beide – aan elkaar relateerde – begrippen worden dikwijls als typisch iets ‘Westers’ gezien, waarbij kanttekeningen worden gemaakt bij de vraag of het haalbaar is deze Westerse kernwaarden te implementeren in landen die buiten de Westerse periferie vallen.

Zo vraagt men zich openlijk af of democratie wel overal kan werken; of het sowieso wenselijk is dat democratie elders op de wereld wortel schiet; wordt de vrijheid van meningsuiting als iets Westers gezien en zegt men dat democratie best geïnstalleerd kan worden in dictatoriale regimes, maar dat deze democratieën zeker niet Westers hoeven te zijn. Sterker nog: er zijn alternatieven naast de liberale democratie.

Nu er een groots domino-effect door het Midden-Oosten waait, waarbij burgers geinspireerd raken door de revoluties en volkswoede om hen heen, staan we als mensheid wederom voor de vraag: ‘democratie en mensenrechten’, werkt dat wel in het Midden-Oosten?
Maar bovenal wordt iedereen gedwongen opnieuw na te denken over de vraag of cultuurrelativisme jegens genoemde onderwerpen wel wenselijk is. Persoonlijk wil ik vanaf heden afstand nemen van cultuurrelativisme.

Als volgt:

Natuurlijk  is het gemakkelijk cultuurrelativistische denkpatronen te volgen. Ook is het zelfs aan te raden terughoudend te zijn in dwingende claims over hoe anderen hun leven in moeten richten. De soevereiniteit van staten en het non-interventieprincipe, waarbij je bestaande volkeren zoveel mogelijk met rust laat, is natuurlijk erg belangrijk.
Toch is een principiële universele lijn die ik voorsta, waarbij je als mens weigert af te dingen op belangrijke zaken als mensenrechten en democratisch gedachtegoed, niet hetzelfde als anderen dwingen het fundamentele liberalisme met dito democratie te omarmen.

Daarnaast worden in de discussie rondom democratie en mensenrechten een aantal cruciale denkfouten gemaakt.

In de eerste plaats is er een verschil tussen een theoretisch uitgangspunt en een praktische uitwerking. Voor veel mensen is dit onderscheid verdwenen. De implicaties van dit onderscheid zijn dat begrippen als democratie en mensenrechten een ideële en principale basis hebben. Ondanks wat vaak wordt gedacht is democratie niet zozeer een middel, maar eerder een doel. Democratie is in strikte zin ook helemaal geen staatsinrichting. Een democratie is een imaginaire term. Een concept. Het bestaat wel degelijk, maar maakt eerder deel uit van een ideeënleer.

Met de notie dat democratie geen middel is maar een doel doel ik op een verondersteld verschil van inzicht, waarbij er twee opvattingen zijn. Een opvatting gaat uit van het feit dat democratie een methode is om te besturen. Democratie als bestuurlijk gereedschap. Democratieën zouden vooral efficienter zijn en een tevreden bevolking als resultaat hebben. Deze tevreden bevolking gaat hard werken en zorgt uiteindelijk voor noodzakelijke arbeid. En zo is het nut van een democratie bewezen, in ieder geval op economisch vlak.

De andere opvatting ziet democratie als doel. Op het democratisch ideaal berust vooral een principe. Niemand mag over een ander regeren en iedereen geniet dermate veel vrijheid om zijn of haar eigen leven naar eigen inzicht in te richten.

Welke opvatting is nu de juiste? Die vraag is lastig te beantwoorden. Maar dat de algehele filosofische en politicologische consensus de tweede opvatting – democratie als doel - aanhangt is niet heel lastig aan te tonen.

Daarnaast heeft het non-interventie-principe zich massaal in de hoofden van mensen geworteld na de door de Verenigde Staten geinstigneerde oorlogen in Afghanistan en Irak. Hierna heeft de goegemeente in het West-Europa een opmerkelijke conclusie getrokken: democratie in het Midden-Oosten? Ja, maar dan wel een tikkeltje anders, en vooral niet op de wijze zoals de democratie er in het Westen uitziet. En zeker niet met geweld.

Dat laatste is natuurlijk een voorwaarde. Dat hebben we wel geleerd van de oorlogen in het Midden-Oosten de afgelopen 10 jaar. Maar dat neemt niet weg dat het doel blijft staan. Democratie, met alle bijbehorende vrijheden. Democratie zonder mensenrechten is onmogelijk. Mensen zijn dan niet in staat zichzelf te besturen. Mensen besturen zichzelf sowieso niet, indien er sprake is van schending van mensenrechten.

En hier kom ik op het volgende punt: dat het ook anders kan dan een liberale democratie is luchtfietserij. Een democratie is per definitie liberaal. Dit omdat de grondslag van elke democratie bestaat in het concept vrijheid. En dit is precies de reden dat mensenrechten 1-op-1 horen bij elke democratie.

Tot slot: vaak wordt gesteld dat eventuele nieuwe democratieën in de Arabische wereld er heel anders uit kunnen zien dan Westerse democratieën. Men gaat er dan gemakshalve aan voorbij dat ‘ de Westerse democratie’ nogal lastig eenduidig te definiëren valt.
Zo is de Amerikaanse democratie volstrekt anders dan de Spaanse, en functioneert het Nederlandse stelsel volstrekt anders dan de Zwitserse, met haar kanton-besturen.
Het concept Westerse democratie valt uiteen in een enorm spectrum, dat er per land in uitwerking zeer anders uitziet. Let wel, in uitwerking. Elk Westers land heeft democratie op een andere manier geimplementeerd, afhankelijk van parameters zoals bevolkingsgrootte, hoeveel minderheden er in het land leven, welke positie organen als de rechtelijke macht hebben en welke ontstaansgeschiedenis het land gevormd heeft.
Maar wat deze democratieën bindt is het gedachtegoed. Een reeks zeer abstracte beginselen, waar zaken als respect voor minderheden,  een geschreven of ongeschreven constitutie, een machtsmonopolie, vrije pers, een vrije burger, vrije verkiezingen en mensenrechten de hoofdrol spelen.
Dit hele pakket noemt men democratie.
In uitwerking is het concept democratie nog lang niet uitgeput, theoretisch heeft de grondslag zich bewezen.

We hebben nu eenmaal weinig geduld. De idee dat China mogelijk pas over een paar honderd jaar democratisch zal worden duurt voor velen te lang. De handdoek wordt na enkele decennia in de ring gegooid, zo lijkt het.
Maar dat mag geen reden zijn om concessies te doen. Consessies aan belangrijke principes. De uitwerking is uiteraard een ander verhaal.

Het recht om niet te kiezen!



Saturday, May 29th, 2010

donorcodicil

Bij het invullen van de Stemwijzer en het Kieskompas op het internet viel me iets op: beide noemden het verplicht stellen van een donorcodicil expliciteit tussen hun vragen. Inzet is dat iedereen in Nederland donor is, tenzij je hier vanaf wilt zien. Nu is het nog andersom: niemand is donor, tenzij je aangeeft dit wel te willen zijn.
Dat zowel de Stemwijzer als het Kieskompas het noemen sterkt het vermoeden dat dit dus een belangrijk punt betreft waarop politieke partijen fundamenteel van elkaar verschillen.

Eigenlijk is het te zot voor woorden dat het automatisch donorschap uberhaupt inzet is in de verkiezingen.
Ik ben namelijk falikant tegen het systeem waarbij iedereen donor is, tenzij je er van af ziet. Niet omdat ik nu zo’n egoist ben, maar omdat ik integriteit, en dus de onschendbaarheid van het eigen lichaam, belangrijker vind dan solidariteit of naastenliefde. De onschendbaarheid van het eigen lichaam is absoluut. Hier mag je nooit op afdingen. Solidariteit is daarentegen – en helaas voor die mensen die het nodig hebben – niet absoluut.
Sterker nog: de autonomie over het eigen lichaam is in de Grondwet en internationale verdragen verankerd.
Bovendien, mensen hebben het recht om zich niet met moeilijke en ethische vragen over het eigen lichaam bezig te houden, net als dat mensen het recht hebben niet te stemmen. Tja, vrijheid heeft nu eenmaal een prijs.

Het systeem waarbij mensen vanzelfsprekend donor zijn is bijzonder morbide. In 1995 merkte Bolkestein al fijntjes op dat het menselijk lichaam feitelijk toebehoord aan de Staat door het automatisch donorschap.

Naar aanleiding van de discussie zei iemand op het internet:
 “ Er wordt geen wil opgelegd, je kan kiezen!!! Een paar dagen geleden nog een docu gezien over een jonge vrouw met taaislijmziekte vreselijk!!!

Het tweede deel van de reactie van deze reaguurder is een reflex dat we wel vaker bij mensen zien: we zien iets ergs op teevee en kopen dan onmiddellijk ons schuldgevoel af, door bijvoorbeeld geld te storten aan schimmige stichtingen, de overvolle Giro 555 vol te proppen of door overhaast een donorcodicil in te vulllen.
Zo werkt solidariteit natuurlijk niet! Zolang een meerderheid van de ouderen aangeeft eenzaam te zijn en hun eigen kinderen niet meer vaak te zien is het schreeuwen om donors onder het mom van ‘het redt levens’ immorele symboolpolitiek.

Overigens is de schrijver van dit artikel gewoon donor.

Over recht: verjaringsterijm kindermisbruik afschaffen?



Saturday, March 27th, 2010

holeypriest

Nu de beerput rondom kindermisbruik oneindig lijkt wordt de discussie rondom verjaring weer opgeworpen. De verjaringstermijn moet verdwijnen. Dat misdaden uberhaupt verjaren klinkt erg vreemd en onrechtvaardig. Toch ligt er een waardevolle redenering aan ten grondslag:

In de eerste plaats een praktische reden: afschaffing van de verjaringstermijn zorgt voor een enorme bureaucratische rompslomp bij justitie en politie.
Het is vaak moeilijk aan te tonen dat iemand misbruikt is. Het is nu al een kwestie van het woord van de een tegen de ander. Dat kan na 50 jaar eveneens onmogelijk uitzoekbaar zijn. En hoe komt het toch al overbezette justitiele apparaat dan toe aan actuele misdaden?
Daarnaast: er wordt door juristen geredeneerd dat het oprakelen van oude misdaad alleen maar maatschappelijke onrust te weeg brengt. Terwijl het juist een functie is van het recht de rust te bewaken.
Denk maar aan de zaak Roman Polanski. Het slachtoffer in deze zaak wil vooral rust!
Maar het dient de rechtvaardigheid toch mensen op te pakken?
Om de functie van recht te beschrijven moet recht eerst worden gedefinieerd. Dit is lastig, maar niet onmogelijk. Uiteindelijk is recht in essentie niets meer dan een ordeningsmechanisme. Bijsturen waar nodig. Kerndoel van het recht is niet om louter ongewenst gedrag te bestraffen, maar om dit vooral te doen in de context van de huidige norm.
En juist dit is lastig, in geval van misbruik.
De rechtspraak is natuurlijk een weergave van deze norm, maar naast dat wetten zijn gecodificeerd in wetboeken, speelt de uitspraak van de rechter een grote rol. Dze houdt altijd rekening met de huidige maatschappelijke norm, en bijbehorende onrust.
In het geval van misbruik kan het dus gebeuren dat iemand achteraf wordt veroordeeld (of harder wordt veroordeeld) dan de jaren waarin het misbruik plaatshad. Feitelijk is dit een schending van het belangrijke legaliteitsbeginsel.
Daarnaast zijn er enge scenario’s denkbaar. Persoon A en B hebben een vage relatie met bijbehorende seks. Na jaren kan oud zeer op een ander vlak zorgen voor een onterecht vergeldingsprincipe.
Maar nog belangrijker: in praktijk zal het oprekken van de verjaringstermijn niet leiden tot meer veroordelingen. Juist omdat bewijslast met de jaren moeilijker ligt.
In Nederland betekent recht dat er zowel met dader als slachtoffer wordt rekening gehouden, naar redelijkheid, doelmatigheid en rechtvaardigheid. Dit is een zeer grote verworvenheid. Ik ben trots op dit systeem.
Je kunt dit systeem, waar juristen eeuwen mee zijn bezig geweest, niet in een enkele pennestreek ongedaan maken nu voorstanders van afschaffing van de verjaringstermijn de wind van publieke verontwaardiging in de rug hebben.

Maar er is nog iets anders aan de hand, wat veel belangrijker is. Toegegeven dat je seksueel misbruikt bent is lastig. Er rust een enorm taboe op. Mensen schamen zich enorm.
Dit taboe moet eerst verdwijnen. Mensen moeten eerder naar buiten kunnen treden met hun verhalen.
Nog steeds kijken mensen met argwaan en sceptische blikken naar misbruikten. Het wordt nog steeds te snel als aanstelleritus gezien. Zolang dit blijft, is het schijnheilig van mensen naar het recht te wijzen. Dit recht is na zoveel jaar nagenoeg tandeloos.
Het lijkt me niet goed dat slachtoffers jaren met die schaamte en pijn blijven zitten.
Dus laten we als samenleving eerst naar onszelf kijken, voor we het rechtssyteem op de schop gooien, en later opgescheept zitten met tal van misbruikzaken welke alleen maar maatschappelijke onrust veroorzaken.

Poten af van onze homo’s!



Sunday, March 7th, 2010

flikkers

Gister had ik het met iemand op de een of andere manier over homogeweld in Amsterdam. Niet mijn favoriete onderwerp, maar vooruit.
Mijn gesprekspartner zei op een gegeven moment de gevleugelde woorden “tja, van onze homo’s moet je gewoon afblijven!”.
Dit klinkt nobel, maar dat woordje ‘onze’ zit me niet lekker. Hoezo ‘onze homo’s?’ Als het onze homo’s zijn, van wie zijn ze dan zeker niet? Het moge duidelijk zijn dat de slogan (onder anderen gebruikt door de lokale VVD en Groenlinks en ieder ander die zichzelf vrij, progressief en een voorvechter van burgerrechten vindt) met name geroepen wordt in de context van homogeweld van Marokkaanse zijde.
Maar als deze mensen van onze homo’s moeten afblijven, dan zijn het dus hun homo’s niet? Maar veel Marokkanen zijn toch gewoon Nederlander? Weliswaar Nieuwe Nederlanders, maar ook een nieuwe auto is nog steeds een auto, zullen we maar zeggen.
Ik kan alleen maar concluderen dat de slagzin ‘van onze homo’s afblijven’ fout is. Onbedoeld is dit een resultant van het typische wij-zij-denken, wat via de achterdeur dus ook al bij Groenlinks naar binnen is geslopen.
We moeten er dus aan wennen dat dankzij de nieuwe maatschappelijke samenstelling homo’s absoluut gezien minder geliefd zijn.
Dat is niet leuk maar vraagt om een andere aanpak. Niet meer de progressieve Nederlander positioneren tegenover de minder progressieve, maar gewoon dat woord onze voortaan weglaten uit welke slogan dan ook.

Het pedofielenvraagstuk



Thursday, November 26th, 2009

pedo

Eerder maakt ik er al een opmerking over: universiteiten verworden steeds meer tot bedrijven, waar zaken als inkomsten, imago en klantenopbouw belangrijker zijn dan waar wetenschap voor zou moeten staan: een open zoektocht naar de waarheid; universele grondbeginselen en algemene wetmatigheden.
Ditmaal een nieuw dieptepunt. Secretraris van de PNVD (in de volksmond de pedopartij genoemd) is namelijk definitief de toegang ontzegt tot de opleiding pedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Dit in navolging van de Universiteit Leiden in 2008 en de Radboud Universiteit Nijmegen in 2006.
Het klinkt natuurlijk erg logisch. Maar als we de feiten erbij halen, is het dan nog steeds zo logisch?

Een aantal feiten:
Norbert de Jonge is nooit veroordeeld voor enig delict, laat staan voor ontucht met jonge mensen. In Nederland ben je onschuldig tot het tegendeel is bewezen. De Jonge wil met zijn PNVD ouder-kindrelaties (mooi eufemisme, door de PNVD en stichting Martijn veelvuldig gebruikt) legaliseren. Middels democratische weg. Dit is een onmogelijke opgave. Letterlijk. Het gaat gewoon niet gebeuren dat de PNVD een Kamermeerderheid achter hun plannen krijgt, als de partij uberhaupt al een zetel haalt.
Maar het is het goed recht van de PNVD om dat te proberen. In een vrij land mag je alles opperen. De partij is simpelweg niet te verbieden, dat probeerde de stichting Saloes al eens. Zonder resultaat.
Norbert de Jonge en de PNVD kunnen dan misschien wel erg abject zijn, maar zijn honderd procent legaal. Toch ondervindt De Jonge tegenslag. Hij wordt geweigerd door werkgevers. Erg, maar begrijpelijk. Een bedrijf moet omzet maken en bestaat alleen bij de gratie daarvan.
Wat erger is: universiteiten weigeren De Jonge ook. Voor de opleiding pedagogiek. Erg jammer. Het is vreemd dat een universiteit mensen weigert op basis van legale fantasieen. De universiteit is bang hierop afgerekend te worden door mensen die hun kind ter onderzoek langsbrengen. Er worden immers opnamens van gemaakt, zo stelt de universiteit. Stel dat gemene pedofielen die in handen krijgen! Sowieso vreemd om je kinderen als onderzoeksmateriaal naar universiteiten te brengen, maar dat ter zijde. Alles voor de wetenschap natuurlijk.

Universiteiten moeten niet meegaan met de publieke opinie, maar staan achter hun basisprincipe: streven naar waarheidsvinding. Bovendien verwacht ik dat andersdenkenden op universiteiten welkom zijn.
Maar nee, de universiteit wordt zakelijker. En zo heeft de universiteit wederom meegewerkt aan een schijnoplossing voor een mogelijk schijnrisico. Het pedofielenvraagstuk. Is De Jonge nu het echte risico? Een pedofiel die daar eerlijk voor uit komt? Hoeveel schandalen zijn er jaarlijks met mensen waarvan men nooit verwachtte dat deze iets met kinderen zouden gaan uitspoken? Voor mensen die openlijk zeggen pedofiel te zijn en de rechtsstaat respecteren ben ik niet bang. Waarom zou ik die mensen niet geloven? Ook niet elke heteroman is een verkrachter.
Wederom ben ik van mening dat universiteiten en bijbehorende colleges van beroep zich moeten schamen. Een universiteit moet zich niet schikken naar de publiek opinie en heersende morele kaders en normen, maar deze juist ter discussie durfen stellen en mede vorm geven.

De Jonge gaat nu advocaat worden. Via de Open Universiteit.  Hij zal het nog nodig hebben. Hij staat er nogal alleen voor. Enige serieuze medestander die ik vond is Wes Holleman. Een onderwijsdeskundige. Zijn verhaal kunt u hier en hier lezen.

Behoud artikel 147



Thursday, November 12th, 2009
kruis1

Het is bijna zover. Artikel 147 van de Grondwet waarin godslastering wordt verboden gaat sneuvelen. Onder dappere leiding van D66, VVD en de SP die natuurlijk niets beters te doen hebben in de Kamer. Blijkbaar is het artikel ze nogal een doorn in het oog.
Ik pleit ervoor het verbod op godslastering te handhaven. In de eerste plaats is het verbod schadeloos. Een ongevaarlijke wetsartikel. Het verbod wordt nauwelijks uit de kast getrokken en wordt zelden opgevoerd om een vloekende en tierende tekenaar daadwerkelijk te veroordelen.
Een ander belangrijk element is dat goden zich niet kunnen verdedigen. Het gaat me in dit argument niet om de arme God, die weerloos moet toekijken hoe hij of zij wordt beledigd, het gaat me om een mogelijk fictief, niet concreet figuur dat onderwerp van discussie wordt. Er zijn geen tegenargumenten mogelijk. In – soms noodzakelijke discussies – over religies wordt een concept uit de ideeenwereld van mensen verheven tot actor.
De strijd in Nederland tussen gelovige en ongelovige, en dus ook tussen autochtoon en allochtoon (want dat is reden waarom afschaffing nu weer een issue is) wordt zo geridiculiseerd tot een ondefinieerbare discussie over iets bovennatuurlijks, dat niet verdedigbaar is. Als ik tegen een moslim zeg dat zijn geloof niet klopt kan hij dat aanvechten. Als ik tegen deze zelfde moslim zeg dat zijn god een lummel is, kan diegene zich niet verdedigen.
Een vreemd aspect hiervan is dat hardcore atheisten en nonbelievers god zo tot leven wekken, door de godsvraag zo prominent te maken. Religiehaters lijken zo een grotere kracht toe te dichten aan religies dan de religieuzen zelf. Waar is het de indienende partijen D66, VVD en de SP dan wel om te doen? Boris van der Ham van D66 verwoordde dit in Pauw en Witteman als volgt:
”De huidige wet biedt meer bescherming aan godsdienstige meningen dan aan niet-godsdienstige meningen. Meningen moeten kunnen botsen, dat dient de waarheidsvinding. Als meningen onnodig kwetsen, is het beter ze in het vrije debat van repliek te bedienen dan ze te verbieden”
Vreemde veronderstelling, want het gewraakte wetsartikel gaat er helemaal niet over dat de ene mening meer waard is dan de andere. Het gaat uberhaupt niet over meningen. Het artikel is feitelijk een verbod op het gebruik van drogredenen en niet verdedigbare standpunten (1). Als Van der Ham ook nog eens hamert op waarheidsvinding, raadt ik hem aan de basisprincipes van wetenschap nog eens nader te bekijken. Het bestaan of niet-bestaan van god kan geen onderdeel zijn van enig serieus wetenschappelijk dispuut, daar alle argumenten tegen God niet te falsificeren zijn.
Wat rest, is pure symboolpolitiek.

(1) Overigens zijn de historisch onjuiste argumenten en drogredenen christen-bashers niet vreemd. Nog te vaak hoor ik: En die kruistochten dan? En kijk dan hoeveel slachtoffers in naam van god zijn gevallen! Beide aannames zijn onjuist. Zo was de Westerse kruistocht-manie geen religieuze strijd maar lag de grondslag hiervan in economische en politieke spelletjes. Dat kerk en wereld toen praktisch een-en-dezelfde waren ontgaat men blijkbaar. Overheden spraken in die tijd per definitie namens God.
Het is empirisch gezien gemakkelijk te bewijzen dat de meeste dodelijke slachtoffers door repressie en onderdrukking niet door religies zijn gekomen, maar door zakelijke, machinale en ongelovige moord-regimes zoals de vele junta’s in Zuid-Amerika, de verschrikkelijke paranoia van Stalin, de culturele revolutie van Mao en de overbekende streken van het Kabinet Hitler.

Het volk aan de macht



Saturday, August 8th, 2009

 himmler

Een veelgehoorde uitspraak: Adolf Hitler kwam met zijn NSDAP op democratische wijze aan de macht. Men refereert hier aan de grote verkiezingszege die zij boekten in 1933. Meer dan 40 % van de bevolking zag toen wel iets in de partij van Hitler. Met alle gevolgen van dien.
De veronderstelling of Hitler op democratische wijze aan de macht kwam blijft wat mij betreft een veronderstelling, en zeker geen feit.
Een aantal kanttekeningen zijn bij deze veronderstelling te maken:
In de eerste plaats verkeerde het land in crisis. Zowel een ideele als een financiele crisis. Er was veel werkloosheid en armoede. Bovendien was de moraal tot een dieptepunt gezakt. Van nationale trots was niet veel overgebleven. Je kan je afvragen of het in deze context mogelijk is een goede democratische keuze te maken. Al van oudsher – zo vanaf de oude grieken – werd een moreel gezonde, trotse en vitale burgerij als voorwaarde gezien voor het maken van een evenwichtige democratische keuze.
Een ander punt betreft de rol van knokploegen (gespuis en opportunisten) en vrijkorpsen (gedesillusioneerde en gefrusteerde ex-soldaten). Middels geweld hielpen zij aanvankelijk de NSDAP in het zadel. Later, toen de NSDAP eenmaal aan de macht was, gingen de vrijkorpsen en knokploegen op in de beruchte Stormabteilung (SA). Middels angstcampagnes en overheidsbeleid werd de bevolking gedwongen de Nazi-propaganda te verspreiden. Van studievereniging tot vis-vereniging, het werden allemaal kleine nazi-clubjes. Meedoen was niet echt een keuze. Dit noemde men in mooi Duits de gleichschaltung.
Inplaats van te veronderstellen dat Hitler op democratische wijze aan de macht kwam is het juister te stellen dat Duitsland al een dictatuur was voor de verkiezingen uberhaupt waren begonnen.

Aan de andere kant, en deze uitspraak is op zijn zachts gezegd erg omstreden, ligt het uiteindelijke mandaat altijd bij de bevolking. Volgens mijn eigen – zeer enge – definitie is elk land een democratie, met het volk als uiteindelijke machthebber. Elk volk is in staat om zijn overheid omver te werpen.  Danwel door anders te gaan stemmen, danwel door op te roepen tot revolutie, danwel de wapens te pakken en een burgeroorlog te starten.
Elke dictator heeft draagvlak nodig, een bevolking die tot op grote hoogte in een illusie wil geloven. Dit is niet zo vreemd. Mensen hechten aan een veronderstelde stable state. Een thuis, een habitat dat er morgen nog net zo uitziet als vandaag. Deze hunkering naar stabiliteit is mensenlijk. Je kan er plannen en dromen op maken. Veel mensen zijn dus geneigd de ogen te sluiten, hun drang op straat om vrijheid te schreeuwen in te slikken om zo hun eigen leven veilig te stellen.
Neem nu een actueel voorbeeld als Iran. De Iraanse overheid maakte zich eventjes zorgen. De hele wereld keek naar Iran. Dat het Iraanse regime nu nog op de troon zit is natuurlijk te danken aan al die miljoenen die niet gingen demonstreren. De calculerende  miljoenen.
In Zuid-Afrika en bijvoorbeeld Roemenie bewees men dat voldoende boze mensen tot alles in staat zijn. Beide bevolkingen wierpen hun onderdrukkers omver.
Het is alleen jammer dat de situatie in beide landen uiteindelijk weinig verbeterde.
Er is dus meer voor nodig om een ware democratie te zijn. Zaken als betrouwbare instituties, rechtspraak en een solide middenstand.

In september gaan we in De Balie een aantal van deze dilemma’s voorleggen aan publiek en experts. Op 9 september tijdens een openbaar toegankelijk expertmeeting over democratie. Op 29 september bij een publieksprogramma over de democratie en democratische wortels in Zuid-Afrika.

Heb je alvast vragen of suggesties voor deze bijeenkomsten? Mail me of laat een bericht achter in de comments.

Commissie Brinkman heeft een punt



Monday, June 29th, 2009

krant
Trouwe lezers van dit blog weten dat ik een fan ben van internet. Ik waardeer en respecteer de waakzaamheid van de internetgemeenschap enorm. Dat neemt niet weg dat ik vind dat Brinkman en kornuiten wel een punt hebben inzake hun advies om kranten te redden.
Mijn mening is vooral gestoeld op de onzin die de internetgemeenschap massaal uitkraamt. Met name de twitteraars kunnen er wat van. Zo vindt men het absurd dat er geld van de ene sector naar de andere wordt overgeheveld. Iemand op twitter stelt dat je ook geen belasting op windmolens heft om kolencentrales draaiende te houden. Een andere spitsvondige twitteraar vergelijkt de kranten-internet-discussie met een mogelijke belasting op fietsen om de automobielenindustrie on wheels te houden. 
Helaas voor deze mensen klopt er van deze analogieen geen moer. Het gaat de commissie Brinkman niet om een sector an sich, maar om een vitaal orgaan binnen onze rechtsstaat.
In alle commotie wordt voorbijgegaan aan waar het echt om gaat: hoe zorgen we dat informatievoorziening goed blijft werken anno nu (en in de toekomst). Ik heb het hier over de waakhondfunctie van de media. Ik vind het internet fascinerend, maar voor echt goede analyses moet ik nog steeds dode bomen lezen.
Veel mensen doen alsof het verplaatsen van geld iets nieuws is. Maar belasting heffen op punt 1 om punt 2 beter te maken is onderdeel van hoe wij hier met collectieve goederen om gaan. Denk hierbij aan publieke omroepen, infrastructuur, kunst en cultuur. Afgaande op de reacties op internet, is het niet best gesteld moet het rationeel vermogen van veel mensen. Juist voor die mensen zijn goede kranten een must read.
Het is frappant hoe de consument -  juist nu we volop in het informatietijdperk leven – weigert de hand in eigen boezem te steken en te betalen voor informatie. Van muziek, films tot nieuws en achtergronden, we willen vooral opzuigen, zonder er een cent voor uit te hoeven geven. Ik houd mijn hart vast wat dit in de toekomst – als alle financiele reserves (van kranten, platenmaatschappijen, productiebedrijven) zijn verdwenen - aan productenaanbod op zal leveren.

En minister Plasterk? Die ziet geen verband tussen het teruglopen van aantallen krantenlezers en internet. Het zal dan wel aan de stand van Mercurius liggen. Het is immers bijna rampjaar 2012.
Wat mij betreft worden mensen door dat gegoogel en gesurf steeds dommer en besmet met ongeneeslijke tunnelvisie. Mezelf inbegrepen. Tijd voor actie dus.

Derde macht laat tanden zien



Friday, May 8th, 2009

rechter2

Vandaag schoot de rechterlijke macht even uit haar slof.‭ ‬Ze beet van zich af.‭ ‬We zagen de tanden van onze rechtsstaat.‭
Wat wil nu‭?
Yvonne van Hertum is veroordeeld tot 2 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wie?
Yvonne van Hertum is zelfverklaard pedojaagster en de oprichter van stopkindersex.com,‭ ‬een site die zich ten doel stelt om kinderen te beschermen.‭ ‬Maar feitelijk is de site een uitlaatklep voor een groep gefrusteerde burgers die zich totaal onbegrepen voelt door de gevestigde orde‭ ‬en in hun anti-pedosite een enorm moreel gelijk heeft gevonden om te strijden.‭
Haar laatste wapenfeit is de realisatie van een in de VS gehoste site waarop veroordeelde pedoseksuelen met naam en toenaam worden genoemd.‭
Van Hertum geldt als een van de meest omstreden figuren op internet.‭ ‬Zo bombardeerde ze slachtoffers van seksueel geweld tot pedolover als deze kritiek uitten op haar werkwijze en schreef ze een boekje over haar van haar vader geerfde Holocausttrauma dat achteraf van A tot Z bij elkaar bleek te zijn gelogen.
Lange tijd werd Van Hertum nauwelijks tegengehouden.‭ ‬Ze‭ kon naar goed dunken adresgegevens en foto’s van vermeende pedofielen online plaatsen. Dit mag natuurlijk helemaal niet in Nederland. Maar omdat iedereen het toch wel eens is met haar adagium ‘Van kinderen blijf je af!’ hield Nederland zich stil. De enige gefundeerde forse kritiek kwam van de internetgemeenschap, waar online magazines en fora zoals Fok! en GeenStijl (en nog vele andere aan haar gewijde webpagina’s) haar daden allang hadden ontmaskerd (1).

Maar eindelijk heeft de rechtelijke macht haar tanden eens laten zien. ‘Tot hier en niet verder’ is het signaal van Het Hof geweest. De facto is de uitspraak opmerkelijk. Van Hertum was namelijk eerder door een gewone rechtbank veroordeeld voor 30 uur schoffelen. Hier was zij het niet mee eens en een hoger beroep volgde. In hoger beroep viel haar straf plots fors hoger uit. Ze moet nu 2 maanden onvoorwaardelijk zitten. Dit was voor iedereen nogal een verrassing.
Het lijkt wel alsof de rechter het persoonlijk zat was. Een daad wilde stellen. Een signaal de wereld in sturen dat eigenrichting absoluut niet kan. En misschien heeft de woede van de rechter er ook wel mee te maken dat de rechtelijke macht het zelf ook moet ontgelden. Van Hertum en consorten deinzen er niet voor terug ook rechters voor pedoseksuelen uit te maken als de uitspraak jegens seksuele delicten hen niet bevalt. In grotere context bijt de rechtelijke macht misschien zelfs van zich af omdat de bevolking steeds minder in de rechtsstaat lijkt te geloven.

Van Hertum heeft met haar site een andere kant van de veelgeprezen democratisering via internet laten zien. De onvrede jegens rechtelijke macht en gevestigde orde is niet nieuw. Maar het verschil met vroeger is dat het de ongeletterden vandaag de dag in staat zijn de handen op elkaar te krijgen. Internet geeft hen ongekende macht. Middels fora en websites zoeken en vinden ze elkaar. Publieke schandpalen zijn dan snel opgericht.
Omdat pedofilie een thema is waar iedere Nederlander zich zorgen over maakt, konden ze lang hun gang gaan. Maar dit nieuwe signaal van de rechter schept – hoop ik - een gunstig precedent voor de toekomst(2).

Onze rechtsstaat is er nog steeds eentje om erg trots op te zijn. We laten deze niet via de achterdeur afbreken door een stel gefrustreerde randdebielen die met hulp van goedkope inbelaccountjes (bestaan die nog?) en middels een misplaats moreel gelijk zich verenigd hebben!

(1) Internet blijkt in dit soort gevallen een veel beter medium dan de oude media zoals kranten en televisierubrieken. De internetgemeenschap is beter op de hoogte en verhoudt zich veel kritischer ten opzichte van dit soort zaken dan mensen die nog louter NOVA en het NOS-journaal bekijken. Een tenenkrommend voorbeeld is een aflevering van Pauw & Witteman waar Yvonne van Hertum op bezoek was. De redactie van dit programma had blijkbaar niet de moeite genomen heel even te googelen. Wat overbleef was een kritiekloos interview.
Het is wel een van de redenen dat ik niet meer zonder fora en weblogs kan voor mijn dagelijks nieuws.

(2) We moeten niet te vroeg juichen. De sites van Van Hertum en co zijn gehost in met name de VS. De macht van de rechtsstaat en indirect de oude, vertrouwde natiestaat is door de internationalisering van en via internet aanzienlijk kleiner geworden. Fysieke grenzen zijn samen met het mandaat van de natiestaat dankzij internet poreus geworden. Soortgelijke problematiek speelt ook bij torrentsites als ThePiratebay.org en de verspreiding van kinderporno. Vanzelfsprekend speelt de anonimiteit van internetters hier ook een rol bij. De Utrechtse bestuurskundige Mark Bovens heeft in dit verband zeer interessante stukken geschreven.