Archive for the ‘politiek’ Category

Beter een goede buur…



Monday, April 11th, 2011

Elk jaar wordt in het Belgische Waregem ‘de internationale (!?) dag van de buren’ georganiseerd. Broodnodig blijkbaar, want volgens de organisatoren is het volgende aan de hand:
“In deze vluchtige wereld vergeten we echter al te vaak onze buren. We kennen elkaar nog nauwelijks”
Dit is een veel gehoorde klacht. De wereld is sterk geindivualiseerd, we hebben allemaal haast, staan niet meer stil bij elkaars zorgen en hebben alleen nog maar oog voor onszelf.
Allemaal zeer bekende klachten die je vooral hoort van mensen met een ietwat angstige inborst. Maar kloppen al deze klachten wel?  En is het allemaal erg?

Zo valt mij het woord ‘vluchtig’ erg op. Persoonlijk snap ik weinig van het gebruik van het woord vluchtig. Hoezo is de wereld van vandaag vluchtig? Omdat de mensheid meer om handen heeft? Omdat ontwikkelingen elkaar sneller opvolgen? Omdat hypes de wereld vandaag de dag beheersen? Misschien is dit allemaal waar, maar dat maakt de wereld toch niet vluchtig?

De mensheid documenteert er op los. Hoe langer de mensheid bestaat, hoe minder vluchtig de wereld wordt. Alles wordt opgeslagen. Momenten bestaan niet meer bij de gratie van het moment, maar bij de gratie van de documentatie daarvan. Of het nu is in de vorm van een krantenartikel dat in de digitale archieffunctie verdwijnt, een beknopt verslag op facebook of een serie digitale foto’s, vluchtig is het allerminst.
Daarnaast maakt dat de uitgekristalliseerde wetenschap en steeds betere archieffuncties van publieke organenen zoals het Nederlands Beeld- en Geluidinstituut dat informatie steeds beter geduid wordt. De mensheid kan niet anders dan steeds verder voortborduren op het voorgaande. De hoeveelheid informatie neemt immers toe. Hier komt bij dat het publieke geheugen groter wordt. Het aantal feestdagen en jubilea neemt alsmaar toe. De bewering dat de wereld vluchtig wordt is misschien een verkeerde conclusie op juiste symptomen.
Dat de wereld complexer wordt lijkt me wel een juist constatering. Mede door het stapelen van informatie, de eerder genoemde archieffunctie en het alsmaar duiden van voorgaande informatie neemt de wereld in complexiteit toe.
Hier komt nog bij dat mondialisering en digitalisering de wereld vooral ingewikkelder hebben gemaakt. Je bent als mens niet langer aangesloten op je eigen lokale fysieke omgeving, maar staat in verbinding met tal van knooppunten elders op de wereld. De stad of het dorp verliest daarmee tot op zekere hoogte haar standaardfunctie. Een goed effect hiervan is dat mensen steeds meer spullen bestellen via handelsportals zoals ebay, zelf beleggen via sites als Alex en Lynx en steeds meer in contact staan met de aloude ‘andere kant van de wereld’.
Maar deze toegenomen complexiteit mag vooral niet verward worden met het woord vluchtig.

Nu terug naar die onbekende buur. Het is opvallend, maar in hoofdzaak is het verschijnsel stedelijk. In dorpen is men vaak nog wel op de hoogte van het reilen en zeilen van elkaars buren.
Maar wat zegt dat nu over de stad? Zijn mensen daar asocialer geworden en interesseert het echt niet meer wie hun buren zijn?
Ik denk dat het in de eerste plaats ligt aan praktische elementen. Het systeem van steden dwingt mensen zich op anderen te richten inplaats van op de buren. Zo hebben veel stedelijke woningen geen tuinen, maar wel afgeschermde balkonnen en een simpele portiek waardoor men naar binnen en naar buiten gaat. Op de directe straat voor de wooncomplexen is weinig te beleven. In steden betreft het zelden woonerven waar een gezellige buurtbarbecue mogelijk is. Deze structuur maakt dat het een stuk lastiger is je buren dagelijks te treffen, bij tal van typisch dorpse taferelen, zoals het wassen van de auto, het werken in de tuin of bij het simpele binnenkomen van een huis. En over dat binnenkomen van een huis: zelden gebeurt dit op hetzelfde moment in de stad. Loop door een gemiddeld dorp of door een klein slaapstadje om zeven uur ‘s avonds, en bijna iedereen zit aan tafel, te eten, met of zonder televisie. Loop door deze zelfde straat om 1 uur ‘s nachts en alle lichten zijn gedoofd. Anders dan de stad, waar de 24-uurseconomie gezellige momenten bij de voordeur vermijdt.
In een tweede plaats, en dat is veel belangrijker, hebben dorpen nauwelijks publieke ruimten, zoals deze in steden bestaan. De stad bestaat uit gratie van publieke ruimten: de kroeg; de pleinen; de Amsterdamse grachten; de parken; de winkelstraten: het leven in een stad speelt zich tot op grote hoogte buiten de deur af. Op straat, met anderen, in de publieke ruimten, door bevindt zich de kern en crux van het stadse leven. Laatstgenoemde is vermoedelijk de reden dat mensen graag in een stad gaan leven. Er is immers altijd iets te beleven. Dit doe je bij voorkeur met andere mensen.
En natuurlijk ook onmiskenbaar: in de stad is veel meer bevolksingsdoorstroom. Dit is geen nieuw verschijnsel, maar inherent aan de stad. Studenten wonen er tijdelijk, mensen gaan er hun gelijk beproeven, expats strijken er neer. Het statische dorp maakt het veel gemakkelijker je buren te kennen, omdat de bevolkingsdoorstroom daar een stuk stabieler en minder groot is.
Tot slot is een stad veel groter. Ondanks de publieke ruimten, staat het de stadsbewoner vrij om precies te bepalen waar dit leven zich af moet spelen. Dit geschiedt volgens eigen voorkeuren en smaak. Dit is niet vreemd: in een stad is je werkplek ver verwijdert van je woonhuis, je vrienden wonen verspreidt over de stad en de grootte van de stad maakt het onmogelijk dat je altijd bij dezelfde kroeg te vinden bent. In een dorp is dit een stuk eenvoudiger. Je ontmoet elkaar bij de supermarkt of in de dorpskroeg. Je buren.

Ik durf hiermee te concluderen dat de stadsbewoner per definitie socialer is, en dat men in de stad de eigen buren niet kent, maar er wel een fundamenteel socialer leven op na houdt.
Een socialer leven dat bovendien tot op veel grotere hoogte openstaat voor vreemde en onbekende mensen, met eigennaardige voorkeuren. Indiviualisering, in hoeverre dit bestaat, biedt veel kansen. Kansen om nieuwe mensen toe te laten op basis van persoonlijke voorkeuren, met dito eigenaardigheden. Tegenover individualisering staat sociale controle, zowel impliciet als expliciet.
Ik heb overigens het idee dat dit verhaal niet alleen geldt voor Nederland, maar dat het een verschijnsel is dat internationaal geldt, voor alle steden. Bovendien is het van alle tijden, ware het niet dat de urbanisatie alsmaar toeneemt. Nooit woonden zoveel mensen in een stad, wereldwijd, als vandaag de dag. En dit aantal neemt alleen maar toe.

Laten we als stadsbewoner dus het juk van ons afgooien dat het in de stad zou gaan om jezelf, maar het moderne collectivisme vieren. Dit nieuwe collectivisme speelt zich niet langer af langs lokale en familiale patronen, waarbij de buurt en de buren een prominente plek innemen.

Grenzen aan cultuurrelativisme



Tuesday, March 15th, 2011

democratie1

Cultuurrelativisme bestaat in tal van geuren en kleuren. Over democratie en mensenrechten doen ook een hoop bekende redeneringen goed werk in de publieke wandelgangen.
Ik merk dat een bepaald soort cultuurrelativisme de laatste tijd weer in zwang is gekomen. Ik heb het hier voornamelijk over onderwerpen als universele mensenrechten en democratische staatshuishouding.
Beide – aan elkaar relateerde – begrippen worden dikwijls als typisch iets ‘Westers’ gezien, waarbij kanttekeningen worden gemaakt bij de vraag of het haalbaar is deze Westerse kernwaarden te implementeren in landen die buiten de Westerse periferie vallen.

Zo vraagt men zich openlijk af of democratie wel overal kan werken; of het sowieso wenselijk is dat democratie elders op de wereld wortel schiet; wordt de vrijheid van meningsuiting als iets Westers gezien en zegt men dat democratie best geïnstalleerd kan worden in dictatoriale regimes, maar dat deze democratieën zeker niet Westers hoeven te zijn. Sterker nog: er zijn alternatieven naast de liberale democratie.

Nu er een groots domino-effect door het Midden-Oosten waait, waarbij burgers geinspireerd raken door de revoluties en volkswoede om hen heen, staan we als mensheid wederom voor de vraag: ‘democratie en mensenrechten’, werkt dat wel in het Midden-Oosten?
Maar bovenal wordt iedereen gedwongen opnieuw na te denken over de vraag of cultuurrelativisme jegens genoemde onderwerpen wel wenselijk is. Persoonlijk wil ik vanaf heden afstand nemen van cultuurrelativisme.

Als volgt:

Natuurlijk  is het gemakkelijk cultuurrelativistische denkpatronen te volgen. Ook is het zelfs aan te raden terughoudend te zijn in dwingende claims over hoe anderen hun leven in moeten richten. De soevereiniteit van staten en het non-interventieprincipe, waarbij je bestaande volkeren zoveel mogelijk met rust laat, is natuurlijk erg belangrijk.
Toch is een principiële universele lijn die ik voorsta, waarbij je als mens weigert af te dingen op belangrijke zaken als mensenrechten en democratisch gedachtegoed, niet hetzelfde als anderen dwingen het fundamentele liberalisme met dito democratie te omarmen.

Daarnaast worden in de discussie rondom democratie en mensenrechten een aantal cruciale denkfouten gemaakt.

In de eerste plaats is er een verschil tussen een theoretisch uitgangspunt en een praktische uitwerking. Voor veel mensen is dit onderscheid verdwenen. De implicaties van dit onderscheid zijn dat begrippen als democratie en mensenrechten een ideële en principale basis hebben. Ondanks wat vaak wordt gedacht is democratie niet zozeer een middel, maar eerder een doel. Democratie is in strikte zin ook helemaal geen staatsinrichting. Een democratie is een imaginaire term. Een concept. Het bestaat wel degelijk, maar maakt eerder deel uit van een ideeënleer.

Met de notie dat democratie geen middel is maar een doel doel ik op een verondersteld verschil van inzicht, waarbij er twee opvattingen zijn. Een opvatting gaat uit van het feit dat democratie een methode is om te besturen. Democratie als bestuurlijk gereedschap. Democratieën zouden vooral efficienter zijn en een tevreden bevolking als resultaat hebben. Deze tevreden bevolking gaat hard werken en zorgt uiteindelijk voor noodzakelijke arbeid. En zo is het nut van een democratie bewezen, in ieder geval op economisch vlak.

De andere opvatting ziet democratie als doel. Op het democratisch ideaal berust vooral een principe. Niemand mag over een ander regeren en iedereen geniet dermate veel vrijheid om zijn of haar eigen leven naar eigen inzicht in te richten.

Welke opvatting is nu de juiste? Die vraag is lastig te beantwoorden. Maar dat de algehele filosofische en politicologische consensus de tweede opvatting – democratie als doel - aanhangt is niet heel lastig aan te tonen.

Daarnaast heeft het non-interventie-principe zich massaal in de hoofden van mensen geworteld na de door de Verenigde Staten geinstigneerde oorlogen in Afghanistan en Irak. Hierna heeft de goegemeente in het West-Europa een opmerkelijke conclusie getrokken: democratie in het Midden-Oosten? Ja, maar dan wel een tikkeltje anders, en vooral niet op de wijze zoals de democratie er in het Westen uitziet. En zeker niet met geweld.

Dat laatste is natuurlijk een voorwaarde. Dat hebben we wel geleerd van de oorlogen in het Midden-Oosten de afgelopen 10 jaar. Maar dat neemt niet weg dat het doel blijft staan. Democratie, met alle bijbehorende vrijheden. Democratie zonder mensenrechten is onmogelijk. Mensen zijn dan niet in staat zichzelf te besturen. Mensen besturen zichzelf sowieso niet, indien er sprake is van schending van mensenrechten.

En hier kom ik op het volgende punt: dat het ook anders kan dan een liberale democratie is luchtfietserij. Een democratie is per definitie liberaal. Dit omdat de grondslag van elke democratie bestaat in het concept vrijheid. En dit is precies de reden dat mensenrechten 1-op-1 horen bij elke democratie.

Tot slot: vaak wordt gesteld dat eventuele nieuwe democratieën in de Arabische wereld er heel anders uit kunnen zien dan Westerse democratieën. Men gaat er dan gemakshalve aan voorbij dat ‘ de Westerse democratie’ nogal lastig eenduidig te definiëren valt.
Zo is de Amerikaanse democratie volstrekt anders dan de Spaanse, en functioneert het Nederlandse stelsel volstrekt anders dan de Zwitserse, met haar kanton-besturen.
Het concept Westerse democratie valt uiteen in een enorm spectrum, dat er per land in uitwerking zeer anders uitziet. Let wel, in uitwerking. Elk Westers land heeft democratie op een andere manier geimplementeerd, afhankelijk van parameters zoals bevolkingsgrootte, hoeveel minderheden er in het land leven, welke positie organen als de rechtelijke macht hebben en welke ontstaansgeschiedenis het land gevormd heeft.
Maar wat deze democratieën bindt is het gedachtegoed. Een reeks zeer abstracte beginselen, waar zaken als respect voor minderheden,  een geschreven of ongeschreven constitutie, een machtsmonopolie, vrije pers, een vrije burger, vrije verkiezingen en mensenrechten de hoofdrol spelen.
Dit hele pakket noemt men democratie.
In uitwerking is het concept democratie nog lang niet uitgeput, theoretisch heeft de grondslag zich bewezen.

We hebben nu eenmaal weinig geduld. De idee dat China mogelijk pas over een paar honderd jaar democratisch zal worden duurt voor velen te lang. De handdoek wordt na enkele decennia in de ring gegooid, zo lijkt het.
Maar dat mag geen reden zijn om concessies te doen. Consessies aan belangrijke principes. De uitwerking is uiteraard een ander verhaal.

Overbevolking? Vloek of zegen? Een pleidooi voor open grenzen



Thursday, December 2nd, 2010

balans

Overbevolking. Sommigen maken zich daar nogal druk over en zien in overbevolking het belangrijkste probleem waar de mensheid in de nabije toekomst mee te maken krijgt. Niet helemaal onterecht.
De Club van Rome waarschuwde er eerder voor, in de uiterst precaire en bange dagen die we nu de jaren 70 noemen. En neem nu de Partij tegen Overbevolking, welke overigens nooit voeten aan de grond heeft gekregen in Nederland. Deze politieke beweging heeft een punt. Momenteel leven bijna 7 miljard mensen op de aarde. In 1960 waren dat er nog maar 3 miljard. Rond 1800 1 miljard.
De wereldbevolking lijkt te exploderen. Dit levert volgens critici enorme problemen op, welke uiteraard allemaal gerelateerd zijn aan schaarste. Oorlog zal uitbreken. Overal. Eerst om natuurlijke hulpbronnen, zoals olie, koper en diamant, later om etenswaren, en tot slot zal de oorlog om drinkwater beginnen. Hoe banaal kun je het krijgen? Overigens zal deze wateroorlog volgens doemdenkers zich met name afspelen in Afrika en Rusland, waar de grootste zoetwatervoorraden ter wereld zijn.

Natuurlijk stelt de overbevolking de mensheid voor een flinke opgave. Dit beeld moet alleen wel genuanceerd worden. Het is in ieder geval allesbehalve een zekerheid dat schaarste tot oorlog leidt. Lang niet alle schaarste leidt immers tot oorlog. Daarnaast staat de toekomst nog volledig open.
Maar wat belangrijker is: demografische explosies zijn geen wereldwijd verschijnsel en bevolkingsgroei levert ook kansen op.

Zo lijdt Europa aan vergrijzing. In landen als Nederland zijn de gevolgen nog wel te overzien, maar in Rusland krimpt de bevolking inmiddels met grote sprongen.
Maar het is niet alleen een Europees probleem. Azie heeft er ook volop mee te maken. Japan begint het water zo langzamerhand aan de lippen te staan. Momenteel telt Japan circa 127 miljoen inwoners. Over circa 40 jaar is de Japanse bevolking geslonken tot maximaal 90 miljoen inwoners. Dit heeft grote gevolgen voor een land waar de economische exhorbitante groei voornamelijk was gebaseerd op een bevolkingsexplosie, en een daarop volgende stevige interne markt.
En het is niet alleen Japan. In Zuid-Korea is dezelfde demografische dynamiek meetbaar. En China is binnenkort ook aan de beurt.
Nu zijn er grofweg twee mogelijkheden: of de overheid moet zich met bevolkingspolitiek gaan bemoeien, of we gaan over tot een wereld waarin grenzen nauwelijks nog bestaan en invloed uitoefenen op hoe mensen zich kunnen en mogen bewegen over de wereld.
Er is immers sprake van een enorme groei van de wereldbevolking. In Afrika staan miljoenen potentiele arbeidskrachten klaar.
Dit is niet zonder meer te realiseren. Om dit voor elkaar te krijgen zijn hybride samenlevingen nodig, waar nieuwkomers zich snel thuis kunnen voelen.
Om terug te komen bij Japan: Japan is op zijn zachts gezegd bijzonder homogeen. Het land is moeilijk toegankelijk voor mensen uit andere staten, laat staan werelddelen. Japan zal zijn samenleving moeten openen. Qua taal, migratiebeleid en culturele dynamiek.
Dit betekent ook dat onderwijs gelijkgeschakeld moet worden. Wereldwijd.
Overigens is een dergelijke American School in landen als India en China al merkbaar. Topkader uit deze landen heeft gestudeerd in de Verenigde Staten, en er onstaat zodoende een verse elite die dezelfde taal spreekt.
Want wat voor Tony – Scareface – Montana gold, geldt ook voor de rest van de wereldbewoners: The World is Yours!

En eigenlijk is deze blog vooral een pleidooi voor liberalisme in de puurste zin des woords. We moeten economisch vluchtelingen voortaan verwelkomen. Juist een partij als de VVD zou dat moeten begrijpen. Weg met het idee van de gesloten natiestaat. Het Westen kan dat zich niet langer veroorloven.

Waarom demonsteren niet meer werkt



Wednesday, November 10th, 2010

riot2010

Ga je mee demonstreren? Dat werd mij afgelopen weken meerdere malen gevraagd. Demonstreren tegen de kaalslag op cultuur en kunst bijvoorbeeld.
Ja, ze bestaan nog: mensen die hun al dan niet terechte zorgen over politieke zaken denken te moeten vertalen in een demonsteren. Met zijn allen je woede uiten jegens die duisterse overheid.  Op Facebook merkte ik daar een tijdje geleden het volgende over op:

“Op een kunstmatig gecreëerde demonstratie-vlakte blijven hangen en muziek maken zet geen zoden aan de dijk. Dat is precies waarom demonstreren anno 2010 in Nederland niet meer werkt. Het is geregisseerd en ingepland. Ik wil best demonstreren, maar van mijn leven niet op zoiets idioots als het Malieveld.”

En geregisseerd, dat was het zeker. Demonstraties jegens de overheid welke in Den Haag worden georganiseerd moeten al snel uitwijken naar het Malieveld. Een vlakte op veilige afstand van het Binnenhof. Op foto’s is dan vooral te zien hoe zo’n geregisseerd evenement er uit ziet: vooral gezelig. Mensen lachen wat, zingen liederen, twee meisjes hebben een fleurig konijnenpak aan, terwijl de ‘dresscode’ een duidelijke zwarte voorkeur liet merken.
Erg leuk vond ik trouwens een foto met daarop een jongen met een spandoek waar op stond: “wij doen niet aan oneliners”. Natuurlijk sterke retoriek om voor dat statement zelf ook een oneliner te gebruiken. Ik heb niet het idee dat de maker van dit spandoek stilstond bij de vreemde ironie van zijn gekozen vorm.
Behalve tal van inconsistensies en dat kunstenaars en cultuurminnaars vooral een eigen feestje willen vieren ligt er nog een andere belangrijke reden aan het mislukken van demonstraties in Nederland.
In de eerste plaats – en dat is misschien het belangrijkste argument – hebben Nederlanders geen traditie in demonstreren en volkswoede. Sterker nog: de Nederlander is opvallend volgzaam jegens de overheid. Eeuwenlang polderen en pacificatie heeft de Nederlander mak gemaakt. Binnenkort verschijnt het boek ‘ Brave burgers gezocht’, onder redactie van Marcel Ham en Imrat Verhoeven.
Dit boek doet -grofweg – onderzoek naar de vraag in hoeverre burgers zich laten sturen door hun overheid. De Nederlander doet het opvallend goed. De Nederlander eigenwijs en tegendraads, zoals het hitje “15 miljoen mensen” ons deed geloven? Vergeet het maar.
Dit ligt niet zozeer aan die mensen, maar is een maatschappelijk model dat al eeuwen bestaat. Burgers worden simpelweg geconditioneerd en gevormd door dit model. Tja, uiteindelijk is de maatschappelijke culturele dynamiek naast je ouders en sociale omgeving je belangrijkste opvoeder.

Dit ‘brave’  model levert onder normale omstandigheden praktisch geen problemen op.  Dit soort landen zijn vreedzaam, kennen relatief weinig interne onrust en doen het financieel gezien veel beter dan landen waar men nog om van alles massaal te straten op stiert.
Maar goed, ik had het over normale omstandigheden. Als de nood ook maar iets aan de man is is dit model niet in staat van haar burgers strijders te maken. Interne sabotage en dwarsliggerij komt niet uit dit maatschappelijk model voort. Een mooi voorbeeld hiervan is de relatieve volgzaamheid van Nederlanders gedurende de Tweede Wereldoorlog. Dit komt niet omdat Nederlanders slechter zijn dan bijvoorbeeld Fransen, ze zitten meer ingebakken in een coöperatieve structuur.
Dit verschil is nog goed zichtbaar in het Frankrijk van vandaag de dag, waar demonstraties het land regelmatig volledig stil leggen.

Een andere reden waarom demonsteren niet meer werkt is omdat onze samenleving fundamenteel is veranderd. Er bestaat nauwelijks nog verschil tussen een werkende arbeidersklasse van horigen en politieke leiders die orders uitvoeren. Het klassenverschil is in Nederland aan het verdwijnen. Hierdoor verdwijnt een instrument als demonstreren. De overheid verwacht een slimme bevolking, die middels zelforganisatie, bestuursorganen en medezeggenschap anticipeert op komend beleid en met nieuwe ideeën komt.

En tot slot natuurlijk dat vervloekte internet. Sociale onrust lijkt zich nu vooral online af te spelen. Malcolm Gladwell schreef hier onlangs in The New Yorker een weinig hoopvol artikel over. Volgens hem wordt online volkswoede zelden omgezet in daadwerkelijke actie.
Ik deel deze observatie met hem. Maar dit betekent niet dat alles verloren is. Op internet zouden creatieve ideeën moeten ontstaan. Een open source melting pot waarin talent elkaar vindt en slim inspeelt op de bestaande overheid. Een plek waar grassroots-bewegingen kunnen ontstaan.
Dus inplaats van lid te worden van een Facebook-pagina waarin de deelnemers hopen dat een fictieve uil minister-president wordt is het beter via Facebook gewoon een nieuwe partij te beginnen.

Het zijn spannende tijden. Net als alle andere tijden overigens. Vandaag de dag staan we echter voor de uitdaging hoe we onze woede kunnen laten aansluiten bij de geavanceerde en hoogopgeleide netwerksamenleving van vandaag de dag.

Afrika en liberalisme: een valse start



Wednesday, October 13th, 2010

bvafrika1

Ik ben een overtuigd liberaal. En eentje in de pure zin van het woord. Ik vind de persoonlijke vrijheid van mensen een zeer groot goed. Daar gaat het liberalisme mij om. Sommigen vragen mij in dit kader weleens wat ik vind van ‘de overheid’. Nogal een grote vraag waar geen mens antwoord op kan geven, maar sommigen stellen hem echt. Wat deze mensen natuurlijk bedoelen is of ik voorstander ben van een grote overheid, die zich met van alles en nogwat bemoeit.
Nu, om deze vraag te antwoorden moeten we terug naar het doel. Wat willen we bereiken met een latent aanwezige minimale overheid?  Mij gaat het erom dat burgers vrijheid genieten. Dat zou het resultaat moeten zijn. Dat zou precies de reden moeten zijn om een minimale overheid te verkiezen boven een nadrukkelijk aanwezige overheid. Dit omdat op deze manier het concept vrijheid optimaal wordt beleefd en En bedrijven dan? Moeten die ook niet alle vrijheid genieten? Wel, leuk en aardig, maar bedrijven hebben geen vrijheid te claimen. Wel de mensen die bedrijven willen oprichten.

Maar, om de vraag te beantwoorden, om de vrijheid van mensen optimaal te garanderen is dikwijls overheidsingrijpen nodig.
Om dit uit te leggen neem ik jullie even mee naar Congo, waar ik afgelopen zomer een aantal weken mocht rondlopen.

In Congo staat brouwerij Bralima. Bralima brouwt al jaren hun vlaggenschip Primus. Primus is gewone pils, dat bijna alleen te krijgen is in halve liter flessen. Het wordt gretig gedronken door Congolezen. Dat is logisch, want Primus heeft bijna een marktaandeel van 75 procent. Concurrent Skol – in Franse handen – is de laatste jaren verdreven naar de marges en moet zich tevreden stellen met 25 procent.
In het straatbeeld is het overduidelijk dat Primus zo groot is. De stad barst van de primus-reclame. Sterker nog: voor niets wordt in Kinshasa zoveel reclame gemaakt als voor bier. En dit doen ze niet zozeer door banners of lichtreclame op te hange, maar door werkloze kunstacademies praktisch alle muren en gebouwen vol te schilderen met Primus-reclame. Congo bestaat uit Congolezen en Primus. Dat is in ieder geval de eerste indruk als men in Kinshasa aankomt.

Bralima is een modelbedrijf. Het bedrijf staat in Congo zeer goed aangeschreven. Bralima voldoet  aan alle voorwaarden voor goed bestuur. Bralima kan ook niet anders. Het moederbedrijf is Heineken.
Dit is op veel manieren terug te zien. Zo wordt het personeel van Bralima uitstekend opgeleid. Het personeel geniet dezelfde veiligheidsmaatregelen als Nederlandse fabrieksarbeiders. Bralima heeft een eigen medische dienst voor haar personeel en familieleden. Hierbij hoort een eigen aidsprogramma, wederom voor eigen personeel en familieleden.
Binnenkort gaat Bralima het aidsprogramma van heel Congo zelfs verzorgen! Prachtig natuurlijk.

Of toch niet?

Natuurlijk doet Bralima – en daarmee Heineken dus – haar werk met goede intenties. Maar ik wil bij iets stilstaan. Namelijk de algehele staatsinrichting. En dan doel ik niet zozeer op de inrichting van de overheid, maar hoe de krachten intern verdeeld zijn. In Westerse landen is dit allemaal keurig voor elkaar. De krachten zijn netjes gerangschikt. Dit ziet er als volgt uit: de overheid en de burger staan de facto tegenover elkaar. De overheid valt te verdelen in meerdere krachten, welke elkaar onder controle houden. Tussen overheid en burger staan vele burgerinitiatieven, zoals bedrijven, NGO’s, onderzoeksinstituten, zelforganisaties en ga zo maar door. En uiteindelijk die burger zelf natuurlijk: bijna elke burger kan zijn of haar weg naar tal va instanties vinden. Bovendien is de burger hoogopgeleid. Kortom, de burger is mondig en valt niet te onderschatten.

Nu naar Congo. In Congo is hier allemaal geen sprake van. In Congo is geen sprake van een maatschappelijk middenveld. Geen burgerlijke samenleving. Een staat is er ook nauwelijks. Tot wie kan de burger zich wenden als hij of zij ontevreden is? Eigenlijk tot niemand.
Maar wat gebeurt er als Heineken Bralima verkoopt aan bijvoorbeeld de Chinezen? Chinezen hebben best verstand van bierbrouwen. Maar wat dan? Wat blijft er dan nog over van Bralima’s goede intenties?
Nu Bralima haar aidsprogramma wil uitbreiden naar heel Congo gaat Bralima de facto op de stoel van de centrale overheid zitten.

Is het dan beter dat mensen door aids getroffen worden? Nee, natuurllijk niet, maar het zou wel kunnen betekenen dat bedrijven kritischer worden gevolgd in wat ze allemaal in de melk te brokkelen heben in landen. De macht van bedrijven als Bralima lijkt onbeperkt. De macht wordt nauwelijks beperkt en tegengewerkt.

Punt is dat Congo niet van de Congolezen zelf is. Het is in handen van de Congoleze elite, grote bedrijven, buitenlandse rebellen. Congo is al ruim honderd jaar speelbal van internationale mogendheden. In Congo zelf is het vooral erg rustig. Het lijkt wel het oog van een orkaan. De hele wereld draait als een razende storm rondom Congo en grijpt van alles van het land. In het centrum van het land, in dit voorbeeld Kinshasa, lijkt alles stil te staan. Daar ploeteren mensen voor hun bestaan. De energie van de Kinois is enorm te noemen. Maar het lukt ze niet op de voorbijrazende trein te stappen. Er zijn namelijk geen opstapstations.

Nederlandse, of van oorsprong Nederlandse, bedrijven in ontwikkelingslanden: het stikt ervan. Of het nu gaat om Heineken, Shell of Unilever. Op de een of andere manier maken deze bedrijven nog steeds winst middels een zekere concept over kern en periferie. Een oude marxistische theorie, waarbij ervan uit wordt gegaan dat het Westen de winst haalt uit een arme perifirie, in dit voorbeeld Afrika. Door de macht van Westerse bedrijven lijkt dit nog steeds te gelden.

Voor ons als Nederlander oogt Bralima hetzelfde als Heineken in Nederland. Toch is het anders. Congolezen zelf zullen de fabriek nooit van binnen zien. Wat ze wel zien is het eindproduct. Bralima lijkt daarmee een beetje op Sjakies Chocoladefabriek. Net zoals in de film en in het boek ontstaan oncontroleerbare fabrieken met ongrensde macht.
Dit is geen waarborg voor de vrijheid van het individu, wat weer een grondslag is van het liberalisme.

Geert for president



Tuesday, August 3rd, 2010

 

lappendeken2

Natuurlijk, Geert Wilders moet beslist geen minister-president worden. Politiek is toegeven, op je tanden bijten, compromissen sluiten en vaak tot tien tellen. Een minister-president is feitelijk topdiplomaat, waarbij hij zijn partijpolitiek onmiddellijk in zijn zak dient te steken bij het oversteken van de grens.
Dit kan Wilders denk ik niet. Misschien zit ik er naast, maar een dergelijk experiment kan enorme schade aanrichten in het buitenland. Nog steeds is de macht van boycotten wereldwijd aanzienlijk.
Maar wat ik wel hoop: dat Geert Wilders gaat mee-regeren. Misschien in een slappe variant, waarbij hij gedoogsteun verleent, maar nog liever gewoon in het kabinet.
Nu zijn er wel meer die dit hopen. Hierbij zijn grofweg twee partijen te onderscheiden: groep 1, die het gewoon eens is met ‘rechts’ beleid, strenge tucht, drastische maatregelen en nu eindelijk eens regels tegen die vermaledijde rotzakken van moslims.
En natuurlijk groep 2, intellectuelen, boekenlezers, stadsbewoners, kortom de moderne bourgeoisie. Deze laatste groep wil Wilders graag zien regeren, om hem vervolgens keihard onderuit te zien gaan.
Ja, dat zal Wilders’ electoraat nu eens een lesje leren. Het zal van hen in een klap brave en rationele burgers maken.
En waarom wil deze tweede groep dit eigenlijk? Nu, het electoraat van Wilders is net als Wilders uit op polarisatie, op stigmatisering. Groepen in Nederland komen dankzij Wilders en zijn o zo domme kiezers vol haat tegenover elkaar te staan. Daarom moet Wilders kost-wat-kost gestopt worden en moeten zijn kiezers heropgevoet worden middels een soort shocktherapeutische behandeling.

Dit kan wel waar zijn, maar het idee waarbij Wilders onderuit MOET gaan om het titanengevecht tussen autochtoon en allochtoon in de kiem te smoren gaat voorbij aan een aantal zeer belangrijke gedachten. Een opsomming:

1) Volgens de tweede groep, die bourgeoisie bestaat Nederland uit twee groepen die tegenover elkaar komen te staan. De allochtoon en het white trash. De slimme stadsbewoner, met een overtuigde voorkeur voor Paars, ziet dit allemaal met lede ogen aan. Zij zijn hiermee vooral toeschouwer.
Een volstrekt vreemde gedachte.
Er zijn in Nederland niet slechts twee groepen, die onder het oog van de erudieten ruzie maken, met Wilders en consorten als agressors, nee, er zijn er meer. De zelfverklaarde bourgeoisie maakt zelf net zo goed onderdeel uit van het krachtenveld der stigmatisatie en polarisatie. Zo kaatsen Wilders-haters de bal evengoed terug door tal van Facebook-pagina’s waarop men het nodig vindt de excuses voor Geert Wilders’ populariteit te maken in het leven te roepen.
Maar wat nog belangrijker is; tot zoverre Wilders-stemmers denken in termen van groepen, van wij vs de rest, dan gaat dat vooral om de elite versus het klootjesvolk. In andere woorden: Wilders stemmers voelen zich buitengesloten en ervaren Den Haag als een grote glazen stolp. En dan niet alleen Den Haag, maar ook alle exponenten van wat zij zien als elitair en randstedelijk. Hun pijlen zijn dus vooral gericht op de zogenoemde bourgeoisie.
2) Nederland moet nu vooral maar eens bestuurd worden. Herverkiezingen kosten geld, tijd en zijn bovendien een doodsteek voor het idee van een vertegenwoordigende democratie, waarbij de burger de macht voor vier jaar overdraagt. Herverkiezingen zijn niets anders dan de bevolking raadplegen omdat de leiders er niet uitkomen. Bijzonder ongezond om hier naar te verlangen.
3) Hopen dat Wilders zal falen is vooral een wantrouwen in de Nederlandse democratie. We moeten er in een land als Nederland op kunnen vertrouwen dat mensen in staat zijn een stem uit te brengen op hun favoriete partij. Als dit vertrouwen er niet meer is, is de democratie ook om zeep. Een enge gedachte, waar ik allesbehalve achtersta.

Ik vind dus dat Wilders moet gaan regeren. En als dat niet kan: meeschrijven aan een regeerakkoord. En hierbij spreek ik nadrukkelijk de wens uit dat Wilders en zijn PVV gewoon tot het eind in het zadel blijft. Vier jaar dus. Een succesvolle Wilders is in staat om breuklijnen in Nederland te verzachten. Als hij vroegtijdig valt, zullen zijn fans in de gevestigde orde de daders zien.
De kans is dat Nederland er wat anders uit gaat zien. Maar niet gevreesd: veel schade kan hij niet aanrichten. Grondrechten liggen bijzonder stevig verankerd in internationale verdragen. En de overheid is niet meer de belangrijkste speler. Het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven is er ook nog.
Voor Nederland een mooie kans om eindelijk eens wat liberaler te worden en de macht van de overheid in te binden. Dit klinkt mij als muziek in de oren.

Poten af van onze homo’s!



Sunday, March 7th, 2010

flikkers

Gister had ik het met iemand op de een of andere manier over homogeweld in Amsterdam. Niet mijn favoriete onderwerp, maar vooruit.
Mijn gesprekspartner zei op een gegeven moment de gevleugelde woorden “tja, van onze homo’s moet je gewoon afblijven!”.
Dit klinkt nobel, maar dat woordje ‘onze’ zit me niet lekker. Hoezo ‘onze homo’s?’ Als het onze homo’s zijn, van wie zijn ze dan zeker niet? Het moge duidelijk zijn dat de slogan (onder anderen gebruikt door de lokale VVD en Groenlinks en ieder ander die zichzelf vrij, progressief en een voorvechter van burgerrechten vindt) met name geroepen wordt in de context van homogeweld van Marokkaanse zijde.
Maar als deze mensen van onze homo’s moeten afblijven, dan zijn het dus hun homo’s niet? Maar veel Marokkanen zijn toch gewoon Nederlander? Weliswaar Nieuwe Nederlanders, maar ook een nieuwe auto is nog steeds een auto, zullen we maar zeggen.
Ik kan alleen maar concluderen dat de slagzin ‘van onze homo’s afblijven’ fout is. Onbedoeld is dit een resultant van het typische wij-zij-denken, wat via de achterdeur dus ook al bij Groenlinks naar binnen is geslopen.
We moeten er dus aan wennen dat dankzij de nieuwe maatschappelijke samenstelling homo’s absoluut gezien minder geliefd zijn.
Dat is niet leuk maar vraagt om een andere aanpak. Niet meer de progressieve Nederlander positioneren tegenover de minder progressieve, maar gewoon dat woord onze voortaan weglaten uit welke slogan dan ook.

Van Noord naar Zuid met de PvdA



Tuesday, March 2nd, 2010

nzlijnadam

Gister was het zover. Een opmerkelijk verkiezingsdebat op Nederland 1. Opmerkelijk omdat het debat was georganiseerd in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen, maar er een landelijke agenda werd gevoerd. Stedelijke dynamelijk kwam nauwelijks aan bod.
Het was ook opmerkelijk omdat Wouter Bos het zo goed deed, en Agnes Kant zo slecht. Wouter Bos gedroeg zich als een staatsman. Wars van vreemde politieke spelletjes. Daarnaast werd het duidelijk wat Wouter Bos zo siert: zijn draaikonterij. Draaikonterij is inherent aan de politiek, en ik vind het derhalve fijn om een leider openlijk te zien twijfelen.

Als voorbeeld: er werd hem gevraagd of hij in de toekomst nog wilde samenwerken met het CDA. Hij wilde hier geen antwoord op geven. Naar eigen zeggen omdat hij zijn blikveld wil leggen op gesprekken in het land.
Dit klinkt laf en slap, maar in kan met goed voorstellen dat Bos partijpolitiek even beu is. In zijn ogen is partijpolitiek nu even niet belangrijk. Dit kan ik alleen maar beamen.
Bovendien: journalisten verdraaien je woorden gemakkelijk waardoor de coalitiegesprekken al beginnen voor welke verkiezing dan ook.

En Agnes Kant. Tja, wat moet je daar nu mee. Ze bakte er werkelijk niets van. Ze straalt weinig autoriteit is en krijgt het niet voor elkaar met een geloofwaardige argumentatie op de proppen te komen. Alleen stemverheffing kreeg de camera’s op haar gericht. Ik vond het een genante vertoning.
Het is dat Grote Roerganger Jan Marijnissen nog niet in zijn graf ligt, anders had hij zich gegarandeert omgedraaid.

Enfin, een interessant onderwerp van gesprek vond ik de Amsterdamse Noord-Zuidlijn. De messen werden rondom de kilometerheffing geslepen, de Noord-Zuidlijn werd gebruikt als casus. Het ultieme voorbeeld van hoe het niet moet, volgens sommigen.
Hierbij gooide Wouter Bos hoge ogen, door te stellen dat de lijn erg duur is geworden, maar dat het een noodzakelijke investering betreft.
Agnes Kant vond dat de Noord-Zuidlijn gelijk staat aan geld weggooien. Dit is natuurljk verschikkelijke onzin. Als de lijn straks af is, is deze erg duur geweest. Dat is wat anders dan geld weggooien. Als je geld weggooit, heb je er niets voor terug, in dit geval ligt er straks een Noord-Zuidlijn. Persoonljk vind ik dat een aanwinst voor de stad.
Zo nu en dan moet ik naar Amsterdam Zuid, en de tram is een ware hel. De huidige infrastructuur is niet meer gebaseerd op de zoiets lulligs pittoresks als een tram.
Buiten dat, de Noord-Zuidlijn is nu ook te zien als een mooi werkgelegenheidsproject. Ook niet onbelangrijk in deze tijden. Iedereen die zegt; “niet afmaken” weet niet wat hij of zij zegt en verdient in geen geval het pluche. Er is dan jarenlang voor niets gegraven, de bestelde trams en boor kunnen worden teruggestuurd (wel graag de rekening betalen) en ik kan voortaan weer tussen de toeristen naar financieel mekka de Zuid-As. Stem dus in geen geval op lokaal suffertje Red Amsterdam (let vooral op die briljante woordspeling in hun verkiezingsslogan: I Amstredam. Haha).

Maar wat gaat er nu mis bij dit soort bouwprojecten? Volgens Rutte hebben ambtenaren geen kennis van dit soort projecten en begaan we de fout door nieuwe technieken te gebruiken. Ik vraag me dan af over welke ambtenaren Rutte het heeft. Nederland staat bekend om zijn kundige ambtenaren, ook op bouwkundig niveau.
Daarnaast wordt elk voorstel in Nederland – los van het monikkenwerk van ambtenaren – nauwkeurig gewogen door tal van adviescommisies, bouwkundige rekenkamers en commerciele bouwbedrijven. Er wordt allesbehalve niet over een enkele nacht ijs gegaan.
Anderzijds is onze liberaal dus tegen innovatie. Geen innovatie, want dat kon wel eens een dure grap worden.

Maar wat gaat er nu echt mis? Wat er misgaat is dat de mensheid niet in staat is om onbekende projecten te plannen. Voer voor complotdenkers natuurlijk, maar het is schier onmogelijk vooraf een volledig onbekend terrein in kaart te brengen.
Maar waarom zijn bestuurders en politici dan niet eerlijk over deze uitgaven?
Enerzijds omdat de mens niet toegeeft dat plannen niet in haar natuur zit. In mijn professionele carriere merk ik dat mensen voortdurend deadlines missen. Het bekende uitstelgedrag is dus optima forma des mens.
Een andere belangrijke reden is dat eventuele meerkosten ongekend zijn. Dus hoe kun je dat inramen? Je kunt dan nooit meer een ambitieus bouwproject beginnen, omdat de kosten onbekend zijn.
Vanzelfsprekend gaan technici uit van reele, gekende kosten. Het ideaalplaatje dus. Dit is misschien niet keurig, maar het kan ook niet anders. Van moedwil is geen sprake. De van nature optimistische technici gaan uit van mogelijkheden, niet van beperkingen. 

En uiteindelijk heeft Bos helemaal gelijk. Als de Noord-Zuidlijn er eenmaal ligt hoor je hier niemand meer over. Net zoals je niemand hoort over de Oostlijn, waar zelfs rellen over ontstonden. Of neem nu het beroemde Sydney Opera House. Dit gebouw kostte maar liefst 10 keer zoveel als geraamd. Maar nu is het de trots van Sydney. De zeurpieten zijn gestopt met klagen.

Tegenover de onrealistische begroting staat de realistische politicus zoals Bos, die durft de draaien en durft te zeggen ‘ik weet niet wat er morgen gebeurt’.  

Innovatie mag geen prijs hebben. Het is het ultieme mens-zijn. Het ultieme dromen. De spelende mens. In een volgende blog meer hierover, met als onderwerp: de ruimtevaart.

Ik was hier eerst..



Friday, February 26th, 2010

muurwestbank

Het is eindelijk zo ver. Na een aantal jaar programma-maken kan ik  dan eindelijk met het conflict der conflicten aan de slag: op 27 april is er een programma over de Westelijke Jordaanoever, wat ik maak in samenwerking met de VPRO.
Het is er zo lang niet van gekomen omdat het confict al zo vaak aan bod komt in diverse fora, debatcentra, media en publieke opinie. Ik voelde niet de behoefte hier aandacht aan te besteden. Maar nu mag het wel eens.

Wat ik een interessant component in dit confict vind is dat beide partijen claimen dat de grond van de West Bank hen toebehoort. Onder andere in Nederland heerst het gevoel dat de Palestijnen daar het eerst waren, en dat de Israelieten niet te zoeken hebben aldaar.
Op zich klinkt dit logisch en aannemelijk, toch is de aanname dat de Palestijnen eerst waren moeilijk hard te maken. Althans, het is afhankelijk van interpretaties.
In de eerste plaats bestaat de Palestijn in concrete zin niet. Een Palestijn is in brede zin inwoner van het oude Palistina, waar tegenwoordig ook Israel toe behoord. Aan de andere kant, in enge zin gaat het om al die inwoners die in het voormalige oude Palistina wonen, minus iedereen die binnen de grenzen van de staat Israel woont.
Palestina is een gecreerd gebied. Inwoners daarvan Palestijnen. Vaak wordt gedacht dat Palestijnen tot een aparte etnische of culturele groep behoren, dit in tegenstelling tot Joden die in Israel wonen. 
Dit valt te betwisten. Feitelijk is de naamgeving gewoon een kwestie van de plek waar je woont. Onlangs vertelde iemand mij uitgelaten dat er toch een hoop Palestijnen vreedzaam in Israel wonen, met de Israelische nationaliteit. Dit is onzin. Zodra een Palestijn de Israelische identiteit heeft, is deze geen Palestijn meer. Palestijnen met de Israelische nationaliteit bestaan dus niet.
Wat nog lastiger is; er is geen Palestijnse staat. Hooguit een stuk niemandsland waar diverse volken wonen die zich verenigd hebben onder de noemer ‘Palestijnen’. Het is geen staat. Dus waar moeten Palestijnen zich op beroepen?
Het conflict gaat dus niet om een conflict tussen twee groepen of partijen, maar over een groot gebied, waar op een gegeven moment een staat werd opgericht. Deze staat slokt langzaam de regio op. Met veel internationaal en lokaal protest als gevolg.
Het stichten van een Palestijnse staat zou de groei van Israel tot stoppen kunnen brengen. Hier zie ik echter weinig heil in. Beide partijen kennen immers dezelfde heilige ideeen aan dezelfde gebieden toe.
Mijn oplossing zou dus zijn om heel het gebied in Israel te veranderen. Een seculiere staat, met Godsdienstvrijheid en een degelijk programma om minder bedeelden te helpen middels sociale programma’s. Dit Grote Israel zou tijdelijk onder protectoraat moeten komen te staan van de internationale gemeenschap.

Dus geen tweestatenoplossing waarbij het verschil tussen mensen vooral bestaat in het idee dat de religieuze en culturele elementen niet te verenigen zijn, maar een enkele sterke staat waar dit idee niet meer ter zake doet.

De logica van de staat



Monday, February 8th, 2010

border

Binnenkort verschijnt een boek bij De Balie. Nu, het is niet echt een boek, maar meer een atlas, aangevuld met essays/artikelen.
Het boek is onderdeel van de serie Domino Kosovo van De Balie. Domino Kosovo was een programmaserie over grenzen, onafhankelijkheid, secessie en staatsafscheiding. Het boek sluit deze serie af.

Ik neem ook een artikel voor mijn rekening met als hoofdvraag: wanneer is de kans nu groot dat een regio zich af gaat scheiden van haar moederland.
Belangrijke rode draad in dit artikel, mede als in de serie, is het concept staat, of liever gezegd natiestaat.

Nu ik weer mee bezig ben realiseer ik me dat het begrip staat erg interessant is. Met de staat is iets vreemds aan de hand:

Net als een hoop concepten is de staat een construct dat dwingend is. Mensen gaan zich gedragen naar bekende constructen. Denk hierbij aan constructen als liefde, werk, vriendschap en onderwijs. Allemaal grote concepten, waar ideeen achter schuil gaan en welke het leven van allerdag onbewust bepalen. 
Het concept staat geeft  betekenis aan behoeften van mensen.
Sinds de 19e eeuw is de staat de consoliderende mal waar het maatschappelijke, sociale en culturele leven in gegoten is.
De staat is het referentiekader waarlangs tal van politieke en maatschappelijke discours zich verplaatsen.
De natiestaat staat voor soevereiniteit. In de wereldpolitiek is elke staat – in ieder geval op papier – gelijkwaardig. Soevereiniteit staat voor optimale zelfbeschikking. Staten bieden primair ook bescherming aan haar burgers. De staat beschermt burgers tegen oorlogsdreiging van buurlanden. De staat beschermt haar eigen economie. En bovendien, de staat beschermt de veronderstelde nationale identiteit van haar burgers.  
En vaak lopen diverse van dit soort belangen door elkaar heen. Zo kent de EU zogehete Beschermde oorsprongsbenaming, waarmee typische gerechten als boerenkaas uit Nederland en Mozzarella-kaas uit Italie alleen nog maar in betreffende streken en landen mag worden vervaardigd. Dit lijkt een maatregel tegen oneerlijke concurrentie te voorkomen, maar gaat in praktijk vooral om bescherming van een gevoel van identiteitswaarde. Onze kaas mag toch zeker niet door Belgen of Duitsers gemaakt worden?

Bescherming dus, misschien de belangrijkste motivatie achter de oprichting van de staat.
De vele onafhankelijksoorlogen welke gevoerd zijn door moderne Westerse staten voeden het idee dat ieder volk een eigen staat  nodig heeft, en zelfs verdiend.
De Duitse Bondskanselier Bismarck voerde in de 19e eeuw een omgekeerde strijd. Door het creeeren van een gemeenschappelijke vijand, die hij zag in met name Frankrijk, wist hij de door de Duitse elite gewenste eenheid te bewerkstelligen.
Geen staat door een onafhankelijksstreven jegens een moederstaat dus, maar een staat door een eenheidsstreven.

In ieder geval, zonder staat zijn je economische en militaire belangen, incluis je identiteit, aan de wolven overgeleverd.
Mede hierdoor zijn er vandaag nog veel afscheidingsbewegingen actief. Van Friesland tot Baskenland, van Pakistan tot Texas: overal op de wereld zijn ze actief.

Anderszijds, concepten worden  voortdurend opnieuw vormgegeven, zijn door mensenwerk aan verandering onderhevig. Dit gaat vaak indirect.
Zo is het concept auto enorm aan verandering onderhevig. Niet omdat men die auto wil veranderen, maar omdat veranderende omstandigheden waarin de auto opereert mensen dwingen de auto anders te definieren. Deze moet onder andere vooral zuiniger. Dit verandert de auto – mogelijk ongewild – ook.

Dit geldt ook voor de oude vertrouwde staat.  Bijvoorbeeld; de Europese staat is niet meer wat zij was. Tot op grote hoogte zijn staatszaken overgeheveld naar Europees niveau. Europa voert op grote hoogte een gemeenschappelijk grenzenbeleid, een monetair beleid en een overkoepelend rechtsidee. Ofwel, The End of Sovereignty.

Een vervelend neveneffect is dat inwoners van de EU het idee hebben dat ze hun identiteit moeten inleveren, dat we straks niets meer te zeggen hebben over ons eigen land. Dit werkt nieuwe gevoelens van gewenste onafhankelijkheid weer in de hand.

Er is dus sprake van een paradox. De vraag is hoe hier mee om te gaan. Had Nederland in der tijd de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo moeten steunen?
Moet het hele idee van het hebben van een eigen staat niet worden ontmoedigd, omdat het concept staat per definitie een anachronisme lijkt te zijn geworden?

Het is waarschijnlijk niet erg sympathiek om op te merken, maar moet ook de Dalai Lama niet worden geadviseerd Tibet op te geven, inplaats van te streven naar meer autonomie?