Waarom demonsteren niet meer werkt
Wednesday, November 10th, 2010

Ga je mee demonstreren? Dat werd mij afgelopen weken meerdere malen gevraagd. Demonstreren tegen de kaalslag op cultuur en kunst bijvoorbeeld.
Ja, ze bestaan nog: mensen die hun al dan niet terechte zorgen over politieke zaken denken te moeten vertalen in een demonsteren. Met zijn allen je woede uiten jegens die duisterse overheid. Op Facebook merkte ik daar een tijdje geleden het volgende over op:
“Op een kunstmatig gecreëerde demonstratie-vlakte blijven hangen en muziek maken zet geen zoden aan de dijk. Dat is precies waarom demonstreren anno 2010 in Nederland niet meer werkt. Het is geregisseerd en ingepland. Ik wil best demonstreren, maar van mijn leven niet op zoiets idioots als het Malieveld.”
En geregisseerd, dat was het zeker. Demonstraties jegens de overheid welke in Den Haag worden georganiseerd moeten al snel uitwijken naar het Malieveld. Een vlakte op veilige afstand van het Binnenhof. Op foto’s is dan vooral te zien hoe zo’n geregisseerd evenement er uit ziet: vooral gezelig. Mensen lachen wat, zingen liederen, twee meisjes hebben een fleurig konijnenpak aan, terwijl de ‘dresscode’ een duidelijke zwarte voorkeur liet merken.
Erg leuk vond ik trouwens een foto met daarop een jongen met een spandoek waar op stond: “wij doen niet aan oneliners”. Natuurlijk sterke retoriek om voor dat statement zelf ook een oneliner te gebruiken. Ik heb niet het idee dat de maker van dit spandoek stilstond bij de vreemde ironie van zijn gekozen vorm.
Behalve tal van inconsistensies en dat kunstenaars en cultuurminnaars vooral een eigen feestje willen vieren ligt er nog een andere belangrijke reden aan het mislukken van demonstraties in Nederland.
In de eerste plaats – en dat is misschien het belangrijkste argument – hebben Nederlanders geen traditie in demonstreren en volkswoede. Sterker nog: de Nederlander is opvallend volgzaam jegens de overheid. Eeuwenlang polderen en pacificatie heeft de Nederlander mak gemaakt. Binnenkort verschijnt het boek ‘ Brave burgers gezocht’, onder redactie van Marcel Ham en Imrat Verhoeven.
Dit boek doet -grofweg – onderzoek naar de vraag in hoeverre burgers zich laten sturen door hun overheid. De Nederlander doet het opvallend goed. De Nederlander eigenwijs en tegendraads, zoals het hitje “15 miljoen mensen” ons deed geloven? Vergeet het maar.
Dit ligt niet zozeer aan die mensen, maar is een maatschappelijk model dat al eeuwen bestaat. Burgers worden simpelweg geconditioneerd en gevormd door dit model. Tja, uiteindelijk is de maatschappelijke culturele dynamiek naast je ouders en sociale omgeving je belangrijkste opvoeder.
Dit ‘brave’ model levert onder normale omstandigheden praktisch geen problemen op. Dit soort landen zijn vreedzaam, kennen relatief weinig interne onrust en doen het financieel gezien veel beter dan landen waar men nog om van alles massaal te straten op stiert.
Maar goed, ik had het over normale omstandigheden. Als de nood ook maar iets aan de man is is dit model niet in staat van haar burgers strijders te maken. Interne sabotage en dwarsliggerij komt niet uit dit maatschappelijk model voort. Een mooi voorbeeld hiervan is de relatieve volgzaamheid van Nederlanders gedurende de Tweede Wereldoorlog. Dit komt niet omdat Nederlanders slechter zijn dan bijvoorbeeld Fransen, ze zitten meer ingebakken in een coöperatieve structuur.
Dit verschil is nog goed zichtbaar in het Frankrijk van vandaag de dag, waar demonstraties het land regelmatig volledig stil leggen.
Een andere reden waarom demonsteren niet meer werkt is omdat onze samenleving fundamenteel is veranderd. Er bestaat nauwelijks nog verschil tussen een werkende arbeidersklasse van horigen en politieke leiders die orders uitvoeren. Het klassenverschil is in Nederland aan het verdwijnen. Hierdoor verdwijnt een instrument als demonstreren. De overheid verwacht een slimme bevolking, die middels zelforganisatie, bestuursorganen en medezeggenschap anticipeert op komend beleid en met nieuwe ideeën komt.
En tot slot natuurlijk dat vervloekte internet. Sociale onrust lijkt zich nu vooral online af te spelen. Malcolm Gladwell schreef hier onlangs in The New Yorker een weinig hoopvol artikel over. Volgens hem wordt online volkswoede zelden omgezet in daadwerkelijke actie.
Ik deel deze observatie met hem. Maar dit betekent niet dat alles verloren is. Op internet zouden creatieve ideeën moeten ontstaan. Een open source melting pot waarin talent elkaar vindt en slim inspeelt op de bestaande overheid. Een plek waar grassroots-bewegingen kunnen ontstaan.
Dus inplaats van lid te worden van een Facebook-pagina waarin de deelnemers hopen dat een fictieve uil minister-president wordt is het beter via Facebook gewoon een nieuwe partij te beginnen.
Het zijn spannende tijden. Net als alle andere tijden overigens. Vandaag de dag staan we echter voor de uitdaging hoe we onze woede kunnen laten aansluiten bij de geavanceerde en hoogopgeleide netwerksamenleving van vandaag de dag.

Ga je mee demonstreren? Dat werd mij afgelopen weken meerdere malen gevraagd. Demonstreren tegen de kaalslag op cultuur en kunst bijvoorbeeld.
Ja, ze bestaan nog: mensen die hun al dan niet terechte zorgen over politieke zaken denken te moeten vertalen in een demonsteren. Met zijn allen je woede uiten jegens die duisterse overheid. Op Facebook merkte ik daar een tijdje geleden het volgende over op:
“Op een kunstmatig gecreëerde demonstratie-vlakte blijven hangen en muziek maken zet geen zoden aan de dijk. Dat is precies waarom demonstreren anno 2010 in Nederland niet meer werkt. Het is geregisseerd en ingepland. Ik wil best demonstreren, maar van mijn leven niet op zoiets idioots als het Malieveld.”
En geregisseerd, dat was het zeker. Demonstraties jegens de overheid welke in Den Haag worden georganiseerd moeten al snel uitwijken naar het Malieveld. Een vlakte op veilige afstand van het Binnenhof. Op foto’s is dan vooral te zien hoe zo’n geregisseerd evenement er uit ziet: vooral gezelig. Mensen lachen wat, zingen liederen, twee meisjes hebben een fleurig konijnenpak aan, terwijl de ‘dresscode’ een duidelijke zwarte voorkeur liet merken.
Erg leuk vond ik trouwens een foto met daarop een jongen met een spandoek waar op stond: “wij doen niet aan oneliners”. Natuurlijk sterke retoriek om voor dat statement zelf ook een oneliner te gebruiken. Ik heb niet het idee dat de maker van dit spandoek stilstond bij de vreemde ironie van zijn gekozen vorm.
Behalve tal van inconsistensies en dat kunstenaars en cultuurminnaars vooral een eigen feestje willen vieren ligt er nog een andere belangrijke reden aan het mislukken van demonstraties in Nederland.
In de eerste plaats – en dat is misschien het belangrijkste argument – hebben Nederlanders geen traditie in demonstreren en volkswoede. Sterker nog: de Nederlander is opvallend volgzaam jegens de overheid. Eeuwenlang polderen en pacificatie heeft de Nederlander mak gemaakt. Binnenkort verschijnt het boek ‘ Brave burgers gezocht’, onder redactie van Marcel Ham en Imrat Verhoeven.
Dit boek doet -grofweg – onderzoek naar de vraag in hoeverre burgers zich laten sturen door hun overheid. De Nederlander doet het opvallend goed. De Nederlander eigenwijs en tegendraads, zoals het hitje “15 miljoen mensen” ons deed geloven? Vergeet het maar.
Dit ligt niet zozeer aan die mensen, maar is een maatschappelijk model dat al eeuwen bestaat. Burgers worden simpelweg geconditioneerd en gevormd door dit model. Tja, uiteindelijk is de maatschappelijke culturele dynamiek naast je ouders en sociale omgeving je belangrijkste opvoeder.
Dit ‘brave’ model levert onder normale omstandigheden praktisch geen problemen op. Dit soort landen zijn vreedzaam, kennen relatief weinig interne onrust en doen het financieel gezien veel beter dan landen waar men nog om van alles massaal te straten op stiert.
Maar goed, ik had het over normale omstandigheden. Als de nood ook maar iets aan de man is is dit model niet in staat van haar burgers strijders te maken. Interne sabotage en dwarsliggerij komt niet uit dit maatschappelijk model voort. Een mooi voorbeeld hiervan is de relatieve volgzaamheid van Nederlanders gedurende de Tweede Wereldoorlog. Dit komt niet omdat Nederlanders slechter zijn dan bijvoorbeeld Fransen, ze zitten meer ingebakken in een coöperatieve structuur.
Dit verschil is nog goed zichtbaar in het Frankrijk van vandaag de dag, waar demonstraties het land regelmatig volledig stil leggen.
Een andere reden waarom demonsteren niet meer werkt is omdat onze samenleving fundamenteel is veranderd. Er bestaat nauwelijks nog verschil tussen een werkende arbeidersklasse van horigen en politieke leiders die orders uitvoeren. Het klassenverschil is in Nederland aan het verdwijnen. Hierdoor verdwijnt een instrument als demonstreren. De overheid verwacht een slimme bevolking, die middels zelforganisatie, bestuursorganen en medezeggenschap anticipeert op komend beleid en met nieuwe ideeën komt.
En tot slot natuurlijk dat vervloekte internet. Sociale onrust lijkt zich nu vooral online af te spelen. Malcolm Gladwell schreef hier onlangs in The New Yorker een weinig hoopvol artikel over. Volgens hem wordt online volkswoede zelden omgezet in daadwerkelijke actie.
Ik deel deze observatie met hem. Maar dit betekent niet dat alles verloren is. Op internet zouden creatieve ideeën moeten ontstaan. Een open source melting pot waarin talent elkaar vindt en slim inspeelt op de bestaande overheid. Een plek waar grassroots-bewegingen kunnen ontstaan.
Dus inplaats van lid te worden van een Facebook-pagina waarin de deelnemers hopen dat een fictieve uil minister-president wordt is het beter via Facebook gewoon een nieuwe partij te beginnen.
Het zijn spannende tijden. Net als alle andere tijden overigens. Vandaag de dag staan we echter voor de uitdaging hoe we onze woede kunnen laten aansluiten bij de geavanceerde en hoogopgeleide netwerksamenleving van vandaag de dag.








