Archive for August, 2010

Auschwitz: fenomeen of museumstuk?



Thursday, August 19th, 2010

vakantiekiekje

Onlangs bezocht ik Auschwitz. Vooraf was ik flink gewaarschuwd. Emoties zouden flink gaan oplopen en mijn vakantie zou verpest zijn. Ik was na afloop zeker onder de indruk. Toch hield ik zeer gemengde gevoelens aan over het bezoek.
Wat voor mij het meest confronterend was dat Auschwitz aanvoeld als een knooppunt of een soort distributiecentrum,  een hub waar de wereldgeschiedenis zich lijkt samen te ballen. Voor veel mensen is het een metafoor geworden van de slechte zelfkant van de mens.
Dit is op zich logisch en te begrijpen. Auschwitz zal deze rol waarschijnlijk nooit meer kwijtraken. Wat het probleem dan wel is? Plekken als deze vertellen nooit het hele verhaal. Op deze plekken wordt gesuggeerd dat gebeurtenissen uniek zijn en dus op zichzelf staan. Ze worden uit hun organische en natuurlijke context getrokken. Deze bijna isolerende werking maakt dat historische gebeurtenissen op een voetstuk komen te staan.
Ze staan uitgelicht en opgepoetst in de vitrinekast of etalage van het wereldwijde theater van de morele kaders.
Natuurlijk verdient de holocaust een speciale plek in de wereldgeschiedenis. Dat is onmiskenbaar. Maar het is natuurlijk niet zo dat de holocaust – ondanks haar unieke en bijzondere karakter – alleen in die kast hoort te staan.
De holocaust is een symbool geworden. Een symbool voor de slechtheid van de mens. Een symbool voor de Tweede Wereldoorlog. Een symbool voor het concept genocide.
En symbolen hebben duiding nodig.
Dat in het kielzog van de Tweede Wereldoorlog de poorten werden opengezet naar een bipolaire wereld met een conflict dat we nu de Koude Oorlog noemen is bekend. Maar dat deze Koude Oorlog helemaal niet zo koud was is voor velen onbekend.
De term Koude Oorlog slaat er eigenlijk vooral op dat het bloedvergieten niet reikte tot de Westerse wereld. Europa bleef ellende bespaard. Het was hier vooral weleens spannend.
Maar de Koude Oorlog was een echte oorlog in de periferie van het westen. Wat er in Zuid-Amerika en AFrika is gebeurd verdraagt het daglicht niet.
En de nare realiteit is dat de naschokken van deze onbekende oorlog vandaag nog volop nadreunen. Auschwitz en de holocaust staan dus niet op zichzelf maar vormen een hoofdstuk in een verhaal. Door dit verhaal eenzijdig te vertellen ontstaat bij mensen een bijna psychologisch verschijnsel het andere geweld op de planeet te ontkennen. Met alle gevolgen van dien.
Maar hoe om te gaan met dit soort complexe vraagstukken in een wereld die bevolkt wordt door mensen met weinig historisch besef? Ik weet dat niet.
Wat ik wel weet is dat Auschwitz uit de context gehaald zou moeten worden. Dat er – ergens op terrein – een zeer kleine expositie ingericht zou moeten worden waarin wordt duidelijk gemaakt dat Auschwitz slechts een plek is. Auschwitz is slechts grond. Als we naar Auschwitz gaan herdenken we een plek, maar het fenomeen raast door. Natuurlijk is – zoals ik al eerder aangaf – het karakter van Auschwitz uniek. De endlosung is in die zin niet te vergelijken met de massale slachtingen in bijvoorbeeld Congo en Rwanda rond de milleniumwisseling. De endlosung was machinaal. Nog nooit was een land zo totalitair ingericht, nooit eerder ging men zo efficient te werk. Maar betekent dit dat andere slachtingen anders behandeld moeten worden? Dan we vooral stilstaan bij de technische aspecten van genocide als we een nazi-kamp bezoeken? Nee, natuurlijk niet.
Nee, uiteindelijk is het mechanisme dat er werkelijk toe doet een sociaal verschijnsel. Een verschijnsel waarbij superioriteitsgevoelens en angst de hoofdrol spelen. In het hele proces van holocaust-herdenking zou hier per definitie ruimte voor moeten zijn.

Geert for president



Tuesday, August 3rd, 2010

 

lappendeken2

Natuurlijk, Geert Wilders moet beslist geen minister-president worden. Politiek is toegeven, op je tanden bijten, compromissen sluiten en vaak tot tien tellen. Een minister-president is feitelijk topdiplomaat, waarbij hij zijn partijpolitiek onmiddellijk in zijn zak dient te steken bij het oversteken van de grens.
Dit kan Wilders denk ik niet. Misschien zit ik er naast, maar een dergelijk experiment kan enorme schade aanrichten in het buitenland. Nog steeds is de macht van boycotten wereldwijd aanzienlijk.
Maar wat ik wel hoop: dat Geert Wilders gaat mee-regeren. Misschien in een slappe variant, waarbij hij gedoogsteun verleent, maar nog liever gewoon in het kabinet.
Nu zijn er wel meer die dit hopen. Hierbij zijn grofweg twee partijen te onderscheiden: groep 1, die het gewoon eens is met ‘rechts’ beleid, strenge tucht, drastische maatregelen en nu eindelijk eens regels tegen die vermaledijde rotzakken van moslims.
En natuurlijk groep 2, intellectuelen, boekenlezers, stadsbewoners, kortom de moderne bourgeoisie. Deze laatste groep wil Wilders graag zien regeren, om hem vervolgens keihard onderuit te zien gaan.
Ja, dat zal Wilders’ electoraat nu eens een lesje leren. Het zal van hen in een klap brave en rationele burgers maken.
En waarom wil deze tweede groep dit eigenlijk? Nu, het electoraat van Wilders is net als Wilders uit op polarisatie, op stigmatisering. Groepen in Nederland komen dankzij Wilders en zijn o zo domme kiezers vol haat tegenover elkaar te staan. Daarom moet Wilders kost-wat-kost gestopt worden en moeten zijn kiezers heropgevoet worden middels een soort shocktherapeutische behandeling.

Dit kan wel waar zijn, maar het idee waarbij Wilders onderuit MOET gaan om het titanengevecht tussen autochtoon en allochtoon in de kiem te smoren gaat voorbij aan een aantal zeer belangrijke gedachten. Een opsomming:

1) Volgens de tweede groep, die bourgeoisie bestaat Nederland uit twee groepen die tegenover elkaar komen te staan. De allochtoon en het white trash. De slimme stadsbewoner, met een overtuigde voorkeur voor Paars, ziet dit allemaal met lede ogen aan. Zij zijn hiermee vooral toeschouwer.
Een volstrekt vreemde gedachte.
Er zijn in Nederland niet slechts twee groepen, die onder het oog van de erudieten ruzie maken, met Wilders en consorten als agressors, nee, er zijn er meer. De zelfverklaarde bourgeoisie maakt zelf net zo goed onderdeel uit van het krachtenveld der stigmatisatie en polarisatie. Zo kaatsen Wilders-haters de bal evengoed terug door tal van Facebook-pagina’s waarop men het nodig vindt de excuses voor Geert Wilders’ populariteit te maken in het leven te roepen.
Maar wat nog belangrijker is; tot zoverre Wilders-stemmers denken in termen van groepen, van wij vs de rest, dan gaat dat vooral om de elite versus het klootjesvolk. In andere woorden: Wilders stemmers voelen zich buitengesloten en ervaren Den Haag als een grote glazen stolp. En dan niet alleen Den Haag, maar ook alle exponenten van wat zij zien als elitair en randstedelijk. Hun pijlen zijn dus vooral gericht op de zogenoemde bourgeoisie.
2) Nederland moet nu vooral maar eens bestuurd worden. Herverkiezingen kosten geld, tijd en zijn bovendien een doodsteek voor het idee van een vertegenwoordigende democratie, waarbij de burger de macht voor vier jaar overdraagt. Herverkiezingen zijn niets anders dan de bevolking raadplegen omdat de leiders er niet uitkomen. Bijzonder ongezond om hier naar te verlangen.
3) Hopen dat Wilders zal falen is vooral een wantrouwen in de Nederlandse democratie. We moeten er in een land als Nederland op kunnen vertrouwen dat mensen in staat zijn een stem uit te brengen op hun favoriete partij. Als dit vertrouwen er niet meer is, is de democratie ook om zeep. Een enge gedachte, waar ik allesbehalve achtersta.

Ik vind dus dat Wilders moet gaan regeren. En als dat niet kan: meeschrijven aan een regeerakkoord. En hierbij spreek ik nadrukkelijk de wens uit dat Wilders en zijn PVV gewoon tot het eind in het zadel blijft. Vier jaar dus. Een succesvolle Wilders is in staat om breuklijnen in Nederland te verzachten. Als hij vroegtijdig valt, zullen zijn fans in de gevestigde orde de daders zien.
De kans is dat Nederland er wat anders uit gaat zien. Maar niet gevreesd: veel schade kan hij niet aanrichten. Grondrechten liggen bijzonder stevig verankerd in internationale verdragen. En de overheid is niet meer de belangrijkste speler. Het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven is er ook nog.
Voor Nederland een mooie kans om eindelijk eens wat liberaler te worden en de macht van de overheid in te binden. Dit klinkt mij als muziek in de oren.