
Binnenkort verschijnt een boek bij De Balie. Nu, het is niet echt een boek, maar meer een atlas, aangevuld met essays/artikelen.
Het boek is onderdeel van de serie Domino Kosovo van De Balie. Domino Kosovo was een programmaserie over grenzen, onafhankelijkheid, secessie en staatsafscheiding. Het boek sluit deze serie af.
Ik neem ook een artikel voor mijn rekening met als hoofdvraag: wanneer is de kans nu groot dat een regio zich af gaat scheiden van haar moederland.
Belangrijke rode draad in dit artikel, mede als in de serie, is het concept staat, of liever gezegd natiestaat.
Nu ik weer mee bezig ben realiseer ik me dat het begrip staat erg interessant is. Met de staat is iets vreemds aan de hand:
Net als een hoop concepten is de staat een construct dat dwingend is. Mensen gaan zich gedragen naar bekende constructen. Denk hierbij aan constructen als liefde, werk, vriendschap en onderwijs. Allemaal grote concepten, waar ideeen achter schuil gaan en welke het leven van allerdag onbewust bepalen.
Het concept staat geeft betekenis aan behoeften van mensen.
Sinds de 19e eeuw is de staat de consoliderende mal waar het maatschappelijke, sociale en culturele leven in gegoten is.
De staat is het referentiekader waarlangs tal van politieke en maatschappelijke discours zich verplaatsen.
De natiestaat staat voor soevereiniteit. In de wereldpolitiek is elke staat – in ieder geval op papier – gelijkwaardig. Soevereiniteit staat voor optimale zelfbeschikking. Staten bieden primair ook bescherming aan haar burgers. De staat beschermt burgers tegen oorlogsdreiging van buurlanden. De staat beschermt haar eigen economie. En bovendien, de staat beschermt de veronderstelde nationale identiteit van haar burgers.
En vaak lopen diverse van dit soort belangen door elkaar heen. Zo kent de EU zogehete Beschermde oorsprongsbenaming, waarmee typische gerechten als boerenkaas uit Nederland en Mozzarella-kaas uit Italie alleen nog maar in betreffende streken en landen mag worden vervaardigd. Dit lijkt een maatregel tegen oneerlijke concurrentie te voorkomen, maar gaat in praktijk vooral om bescherming van een gevoel van identiteitswaarde. Onze kaas mag toch zeker niet door Belgen of Duitsers gemaakt worden?
Bescherming dus, misschien de belangrijkste motivatie achter de oprichting van de staat.
De vele onafhankelijksoorlogen welke gevoerd zijn door moderne Westerse staten voeden het idee dat ieder volk een eigen staat nodig heeft, en zelfs verdiend.
De Duitse Bondskanselier Bismarck voerde in de 19e eeuw een omgekeerde strijd. Door het creeeren van een gemeenschappelijke vijand, die hij zag in met name Frankrijk, wist hij de door de Duitse elite gewenste eenheid te bewerkstelligen.
Geen staat door een onafhankelijksstreven jegens een moederstaat dus, maar een staat door een eenheidsstreven.
In ieder geval, zonder staat zijn je economische en militaire belangen, incluis je identiteit, aan de wolven overgeleverd.
Mede hierdoor zijn er vandaag nog veel afscheidingsbewegingen actief. Van Friesland tot Baskenland, van Pakistan tot Texas: overal op de wereld zijn ze actief.
Anderszijds, concepten worden voortdurend opnieuw vormgegeven, zijn door mensenwerk aan verandering onderhevig. Dit gaat vaak indirect.
Zo is het concept auto enorm aan verandering onderhevig. Niet omdat men die auto wil veranderen, maar omdat veranderende omstandigheden waarin de auto opereert mensen dwingen de auto anders te definieren. Deze moet onder andere vooral zuiniger. Dit verandert de auto - mogelijk ongewild - ook.
Dit geldt ook voor de oude vertrouwde staat. Bijvoorbeeld; de Europese staat is niet meer wat zij was. Tot op grote hoogte zijn staatszaken overgeheveld naar Europees niveau. Europa voert op grote hoogte een gemeenschappelijk grenzenbeleid, een monetair beleid en een overkoepelend rechtsidee. Ofwel, The End of Sovereignty.
Een vervelend neveneffect is dat inwoners van de EU het idee hebben dat ze hun identiteit moeten inleveren, dat we straks niets meer te zeggen hebben over ons eigen land. Dit werkt nieuwe gevoelens van gewenste onafhankelijkheid weer in de hand.
Er is dus sprake van een paradox. De vraag is hoe hier mee om te gaan. Had Nederland in der tijd de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo moeten steunen?
Moet het hele idee van het hebben van een eigen staat niet worden ontmoedigd, omdat het concept staat per definitie een anachronisme lijkt te zijn geworden?
Het is waarschijnlijk niet erg sympathiek om op te merken, maar moet ook de Dalai Lama niet worden geadviseerd Tibet op te geven, inplaats van te streven naar meer autonomie?