Auschwitz: fenomeen of museumstuk?



August 19th, 2010 by David Glas

vakantiekiekje

Onlangs bezocht ik Auschwitz. Vooraf was ik flink gewaarschuwd. Emoties zouden flink gaan oplopen en mijn vakantie zou verpest zijn. Ik was na afloop zeker onder de indruk. Toch hield ik zeer gemengde gevoelens aan over het bezoek.
Wat voor mij het meest confronterend was dat Auschwitz aanvoeld als een knooppunt of een soort distributiecentrum,  een hub waar de wereldgeschiedenis zich lijkt samen te ballen. Voor veel mensen is het een metafoor geworden van de slechte zelfkant van de mens.
Dit is op zich logisch en te begrijpen. Auschwitz zal deze rol waarschijnlijk nooit meer kwijtraken. Wat het probleem dan wel is? Plekken als deze vertellen nooit het hele verhaal. Op deze plekken wordt gesuggeerd dat gebeurtenissen uniek zijn en dus op zichzelf staan. Ze worden uit hun organische en natuurlijke context getrokken. Deze bijna isolerende werking maakt dat historische gebeurtenissen op een voetstuk komen te staan.
Ze staan uitgelicht en opgepoetst in de vitrinekast of etalage van het wereldwijde theater van de morele kaders.
Natuurlijk verdient de holocaust een speciale plek in de wereldgeschiedenis. Dat is onmiskenbaar. Maar het is natuurlijk niet zo dat de holocaust - ondanks haar unieke en bijzondere karakter - alleen in die kast hoort te staan.
De holocaust is een symbool geworden. Een symbool voor de slechtheid van de mens. Een symbool voor de Tweede Wereldoorlog. Een symbool voor het concept genocide.
En symbolen hebben duiding nodig.
Dat in het kielzog van de Tweede Wereldoorlog de poorten werden opengezet naar een bipolaire wereld met een conflict dat we nu de Koude Oorlog noemen is bekend. Maar dat deze Koude Oorlog helemaal niet zo koud was is voor velen onbekend.
De term Koude Oorlog slaat er eigenlijk vooral op dat het bloedvergieten niet reikte tot de Westerse wereld. Europa bleef ellende bespaard. Het was hier vooral weleens spannend.
Maar de Koude Oorlog was een echte oorlog in de periferie van het westen. Wat er in Zuid-Amerika en AFrika is gebeurd verdraagt het daglicht niet.
En de nare realiteit is dat de naschokken van deze onbekende oorlog vandaag nog volop nadreunen. Auschwitz en de holocaust staan dus niet op zichzelf maar vormen een hoofdstuk in een verhaal. Door dit verhaal eenzijdig te vertellen ontstaat bij mensen een bijna psychologisch verschijnsel het andere geweld op de planeet te ontkennen. Met alle gevolgen van dien.
Maar hoe om te gaan met dit soort complexe vraagstukken in een wereld die bevolkt wordt door mensen met weinig historisch besef? Ik weet dat niet.
Wat ik wel weet is dat Auschwitz uit de context gehaald zou moeten worden. Dat er - ergens op terrein - een zeer kleine expositie ingericht zou moeten worden waarin wordt duidelijk gemaakt dat Auschwitz slechts een plek is. Auschwitz is slechts grond. Als we naar Auschwitz gaan herdenken we een plek, maar het fenomeen raast door. Natuurlijk is - zoals ik al eerder aangaf - het karakter van Auschwitz uniek. De endlosung is in die zin niet te vergelijken met de massale slachtingen in bijvoorbeeld Congo en Rwanda rond de milleniumwisseling. De endlosung was machinaal. Nog nooit was een land zo totalitair ingericht, nooit eerder ging men zo efficient te werk. Maar betekent dit dat andere slachtingen anders behandeld moeten worden? Dan we vooral stilstaan bij de technische aspecten van genocide als we een nazi-kamp bezoeken? Nee, natuurlijk niet.
Nee, uiteindelijk is het mechanisme dat er werkelijk toe doet een sociaal verschijnsel. Een verschijnsel waarbij superioriteitsgevoelens en angst de hoofdrol spelen. In het hele proces van holocaust-herdenking zou hier per definitie ruimte voor moeten zijn.

Geert for president



August 3rd, 2010 by David Glas

 

lappendeken2

Natuurlijk, Geert Wilders moet beslist geen minister-president worden. Politiek is toegeven, op je tanden bijten, compromissen sluiten en vaak tot tien tellen. Een minister-president is feitelijk topdiplomaat, waarbij hij zijn partijpolitiek onmiddellijk in zijn zak dient te steken bij het oversteken van de grens.
Dit kan Wilders denk ik niet. Misschien zit ik er naast, maar een dergelijk experiment kan enorme schade aanrichten in het buitenland. Nog steeds is de macht van boycotten wereldwijd aanzienlijk.
Maar wat ik wel hoop: dat Geert Wilders gaat mee-regeren. Misschien in een slappe variant, waarbij hij gedoogsteun verleent, maar nog liever gewoon in het kabinet.
Nu zijn er wel meer die dit hopen. Hierbij zijn grofweg twee partijen te onderscheiden: groep 1, die het gewoon eens is met ‘rechts’ beleid, strenge tucht, drastische maatregelen en nu eindelijk eens regels tegen die vermaledijde rotzakken van moslims.
En natuurlijk groep 2, intellectuelen, boekenlezers, stadsbewoners, kortom de moderne bourgeoisie. Deze laatste groep wil Wilders graag zien regeren, om hem vervolgens keihard onderuit te zien gaan.
Ja, dat zal Wilders’ electoraat nu eens een lesje leren. Het zal van hen in een klap brave en rationele burgers maken.
En waarom wil deze tweede groep dit eigenlijk? Nu, het electoraat van Wilders is net als Wilders uit op polarisatie, op stigmatisering. Groepen in Nederland komen dankzij Wilders en zijn o zo domme kiezers vol haat tegenover elkaar te staan. Daarom moet Wilders kost-wat-kost gestopt worden en moeten zijn kiezers heropgevoet worden middels een soort shocktherapeutische behandeling.

Dit kan wel waar zijn, maar het idee waarbij Wilders onderuit MOET gaan om het titanengevecht tussen autochtoon en allochtoon in de kiem te smoren gaat voorbij aan een aantal zeer belangrijke gedachten. Een opsomming:

1) Volgens de tweede groep, die bourgeoisie bestaat Nederland uit twee groepen die tegenover elkaar komen te staan. De allochtoon en het white trash. De slimme stadsbewoner, met een overtuigde voorkeur voor Paars, ziet dit allemaal met lede ogen aan. Zij zijn hiermee vooral toeschouwer.
Een volstrekt vreemde gedachte.
Er zijn in Nederland niet slechts twee groepen, die onder het oog van de erudieten ruzie maken, met Wilders en consorten als agressors, nee, er zijn er meer. De zelfverklaarde bourgeoisie maakt zelf net zo goed onderdeel uit van het krachtenveld der stigmatisatie en polarisatie. Zo kaatsen Wilders-haters de bal evengoed terug door tal van Facebook-pagina’s waarop men het nodig vindt de excuses voor Geert Wilders’ populariteit te maken in het leven te roepen.
Maar wat nog belangrijker is; tot zoverre Wilders-stemmers denken in termen van groepen, van wij vs de rest, dan gaat dat vooral om de elite versus het klootjesvolk. In andere woorden: Wilders stemmers voelen zich buitengesloten en ervaren Den Haag als een grote glazen stolp. En dan niet alleen Den Haag, maar ook alle exponenten van wat zij zien als elitair en randstedelijk. Hun pijlen zijn dus vooral gericht op de zogenoemde bourgeoisie.
2) Nederland moet nu vooral maar eens bestuurd worden. Herverkiezingen kosten geld, tijd en zijn bovendien een doodsteek voor het idee van een vertegenwoordigende democratie, waarbij de burger de macht voor vier jaar overdraagt. Herverkiezingen zijn niets anders dan de bevolking raadplegen omdat de leiders er niet uitkomen. Bijzonder ongezond om hier naar te verlangen.
3) Hopen dat Wilders zal falen is vooral een wantrouwen in de Nederlandse democratie. We moeten er in een land als Nederland op kunnen vertrouwen dat mensen in staat zijn een stem uit te brengen op hun favoriete partij. Als dit vertrouwen er niet meer is, is de democratie ook om zeep. Een enge gedachte, waar ik allesbehalve achtersta.

Ik vind dus dat Wilders moet gaan regeren. En als dat niet kan: meeschrijven aan een regeerakkoord. En hierbij spreek ik nadrukkelijk de wens uit dat Wilders en zijn PVV gewoon tot het eind in het zadel blijft. Vier jaar dus. Een succesvolle Wilders is in staat om breuklijnen in Nederland te verzachten. Als hij vroegtijdig valt, zullen zijn fans in de gevestigde orde de daders zien.
De kans is dat Nederland er wat anders uit gaat zien. Maar niet gevreesd: veel schade kan hij niet aanrichten. Grondrechten liggen bijzonder stevig verankerd in internationale verdragen. En de overheid is niet meer de belangrijkste speler. Het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven is er ook nog.
Voor Nederland een mooie kans om eindelijk eens wat liberaler te worden en de macht van de overheid in te binden. Dit klinkt mij als muziek in de oren.

Het recht om niet te kiezen!



May 29th, 2010 by David Glas

donorcodicil

Bij het invullen van de Stemwijzer en het Kieskompas op het internet viel me iets op: beide noemden het verplicht stellen van een donorcodicil expliciteit tussen hun vragen. Inzet is dat iedereen in Nederland donor is, tenzij je hier vanaf wilt zien. Nu is het nog andersom: niemand is donor, tenzij je aangeeft dit wel te willen zijn.
Dat zowel de Stemwijzer als het Kieskompas het noemen sterkt het vermoeden dat dit dus een belangrijk punt betreft waarop politieke partijen fundamenteel van elkaar verschillen.

Eigenlijk is het te zot voor woorden dat het automatisch donorschap uberhaupt inzet is in de verkiezingen.
Ik ben namelijk falikant tegen het systeem waarbij iedereen donor is, tenzij je er van af ziet. Niet omdat ik nu zo’n egoist ben, maar omdat ik integriteit, en dus de onschendbaarheid van het eigen lichaam, belangrijker vind dan solidariteit of naastenliefde. De onschendbaarheid van het eigen lichaam is absoluut. Hier mag je nooit op afdingen. Solidariteit is daarentegen - en helaas voor die mensen die het nodig hebben - niet absoluut.
Sterker nog: de autonomie over het eigen lichaam is in de Grondwet en internationale verdragen verankerd.
Bovendien, mensen hebben het recht om zich niet met moeilijke en ethische vragen over het eigen lichaam bezig te houden, net als dat mensen het recht hebben niet te stemmen. Tja, vrijheid heeft nu eenmaal een prijs.

Het systeem waarbij mensen vanzelfsprekend donor zijn is bijzonder morbide. In 1995 merkte Bolkestein al fijntjes op dat het menselijk lichaam feitelijk toebehoord aan de Staat door het automatisch donorschap.

Naar aanleiding van de discussie zei iemand op het internet:
 “ Er wordt geen wil opgelegd, je kan kiezen!!! Een paar dagen geleden nog een docu gezien over een jonge vrouw met taaislijmziekte vreselijk!!!

Het tweede deel van de reactie van deze reaguurder is een reflex dat we wel vaker bij mensen zien: we zien iets ergs op teevee en kopen dan onmiddellijk ons schuldgevoel af, door bijvoorbeeld geld te storten aan schimmige stichtingen, de overvolle Giro 555 vol te proppen of door overhaast een donorcodicil in te vulllen.
Zo werkt solidariteit natuurlijk niet! Zolang een meerderheid van de ouderen aangeeft eenzaam te zijn en hun eigen kinderen niet meer vaak te zien is het schreeuwen om donors onder het mom van ‘het redt levens’ immorele symboolpolitiek.

Overigens is de schrijver van dit artikel gewoon donor.

NRC geen cultureel erfgoed



April 27th, 2010 by David Glas

Tja, het zit de dode bomen-media helemaal niet mee. Het NRC wankelt op haar grondvesten. Niet financieel, investeerders zijn immers gevonden, maar qua onafhankelijkheid. Krijgen we nu echt Amerikaanse toestanden hier? Een soort Rupert Murdoch? Moeten we bang zijn voor een The Wall Street Journal-achtig verhaal?
Als we Birgit Donker mogen geloven, rommelt Derk Sauer aan de grondvesten van de onafhankelijkheid van de redactie van de krant.
Maar is dit zo? Onlangs lichtte Birgit Donker een en ander toe in een bijdrage in het opiniekatern in het NRC.
Dat valt hier te lezen.
Birgit Donker gaat helaas niet in op het inhoudelijke conflict zelf. Ik weet dus niet waar de journalistieke autonomie van het NRC en haar redactie geraakt wordt. Wellicht heeft Sauer (e.a.) wat opmerkingen gemaakt over de vorm. Zo van ‘graag iets meer nieuws over zus, minder opinie daarover, meer aandacht voor lifestyle (wel op niveau natuurlijk, het blijft natuurlijk de NRC.)
En dat lijkt al snel een aanval op de redactionele onafhankelijkheid van de krant. Maar dat hoeft niet zo te zijn.
Wat echter stuitend is: Donker definieert het NRC als cultureel erfgoed.
Donker zegt:

“Ook bij verkoop geldt dat een krant niet zo maar een bedrijf is – het is cultureel erfgoed waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen. Onze nieuwe eigenaren hebben beloofd dat te respecteren.”

Hoezo erfgoed? De Nachtwacht is erfgoed. Het Paleis op de Dam is erfgoed. Daar mag je niet aan sleutelen natuurlijk. Het NRC is gewoon een medium. Het NRC is wel belangrijk omdat het een onderdeel vormt van de Nederlandse democratie. Wat dat betreft is het NRC een pijler. Erg belangrijke functie, maar daar mag je best aan sleutelen. Een ander onderdeel van de Nederlandse democratie is de Tweede Kamer. Daar mag je toch ook zaken aan veranderen?
Ik gok ook maar wat over de echte redenen van het opstappen van Donker, maar ik vind dat het benoemen van iets tot cultureel erfgoed, dat ook zeer rigide/star maakt.
En daar kan het gebotst hebben. Het is moeilijk een particuliere eigenaar de toegang tot inspraak te ontzeggen. Hij koopt geen schilderij, maar een tool. Een medium. Daar moet je af en toe aan knutselen.
Maar misschien heeft Donker helemaal gelijk en zit ik er naast, dat kan ook natuurlijk.

 

 

Over recht: verjaringsterijm kindermisbruik afschaffen?



March 27th, 2010 by David Glas

holeypriest

Nu de beerput rondom kindermisbruik oneindig lijkt wordt de discussie rondom verjaring weer opgeworpen. De verjaringstermijn moet verdwijnen. Dat misdaden uberhaupt verjaren klinkt erg vreemd en onrechtvaardig. Toch ligt er een waardevolle redenering aan ten grondslag:

In de eerste plaats een praktische reden: afschaffing van de verjaringstermijn zorgt voor een enorme bureaucratische rompslomp bij justitie en politie.
Het is vaak moeilijk aan te tonen dat iemand misbruikt is. Het is nu al een kwestie van het woord van de een tegen de ander. Dat kan na 50 jaar eveneens onmogelijk uitzoekbaar zijn. En hoe komt het toch al overbezette justitiele apparaat dan toe aan actuele misdaden?
Daarnaast: er wordt door juristen geredeneerd dat het oprakelen van oude misdaad alleen maar maatschappelijke onrust te weeg brengt. Terwijl het juist een functie is van het recht de rust te bewaken.
Denk maar aan de zaak Roman Polanski. Het slachtoffer in deze zaak wil vooral rust!
Maar het dient de rechtvaardigheid toch mensen op te pakken?
Om de functie van recht te beschrijven moet recht eerst worden gedefinieerd. Dit is lastig, maar niet onmogelijk. Uiteindelijk is recht in essentie niets meer dan een ordeningsmechanisme. Bijsturen waar nodig. Kerndoel van het recht is niet om louter ongewenst gedrag te bestraffen, maar om dit vooral te doen in de context van de huidige norm.
En juist dit is lastig, in geval van misbruik.
De rechtspraak is natuurlijk een weergave van deze norm, maar naast dat wetten zijn gecodificeerd in wetboeken, speelt de uitspraak van de rechter een grote rol. Dze houdt altijd rekening met de huidige maatschappelijke norm, en bijbehorende onrust.
In het geval van misbruik kan het dus gebeuren dat iemand achteraf wordt veroordeeld (of harder wordt veroordeeld) dan de jaren waarin het misbruik plaatshad. Feitelijk is dit een schending van het belangrijke legaliteitsbeginsel.
Daarnaast zijn er enge scenario’s denkbaar. Persoon A en B hebben een vage relatie met bijbehorende seks. Na jaren kan oud zeer op een ander vlak zorgen voor een onterecht vergeldingsprincipe.
Maar nog belangrijker: in praktijk zal het oprekken van de verjaringstermijn niet leiden tot meer veroordelingen. Juist omdat bewijslast met de jaren moeilijker ligt.
In Nederland betekent recht dat er zowel met dader als slachtoffer wordt rekening gehouden, naar redelijkheid, doelmatigheid en rechtvaardigheid. Dit is een zeer grote verworvenheid. Ik ben trots op dit systeem.
Je kunt dit systeem, waar juristen eeuwen mee zijn bezig geweest, niet in een enkele pennestreek ongedaan maken nu voorstanders van afschaffing van de verjaringstermijn de wind van publieke verontwaardiging in de rug hebben.

Maar er is nog iets anders aan de hand, wat veel belangrijker is. Toegegeven dat je seksueel misbruikt bent is lastig. Er rust een enorm taboe op. Mensen schamen zich enorm.
Dit taboe moet eerst verdwijnen. Mensen moeten eerder naar buiten kunnen treden met hun verhalen.
Nog steeds kijken mensen met argwaan en sceptische blikken naar misbruikten. Het wordt nog steeds te snel als aanstelleritus gezien. Zolang dit blijft, is het schijnheilig van mensen naar het recht te wijzen. Dit recht is na zoveel jaar nagenoeg tandeloos.
Het lijkt me niet goed dat slachtoffers jaren met die schaamte en pijn blijven zitten.
Dus laten we als samenleving eerst naar onszelf kijken, voor we het rechtssyteem op de schop gooien, en later opgescheept zitten met tal van misbruikzaken welke alleen maar maatschappelijke onrust veroorzaken.

Poten af van onze homo’s!



March 7th, 2010 by David Glas

flikkers

Gister had ik het met iemand op de een of andere manier over homogeweld in Amsterdam. Niet mijn favoriete onderwerp, maar vooruit.
Mijn gesprekspartner zei op een gegeven moment de gevleugelde woorden “tja, van onze homo’s moet je gewoon afblijven!”.
Dit klinkt nobel, maar dat woordje ‘onze’ zit me niet lekker. Hoezo ‘onze homo’s?’ Als het onze homo’s zijn, van wie zijn ze dan zeker niet? Het moge duidelijk zijn dat de slogan (onder anderen gebruikt door de lokale VVD en Groenlinks en ieder ander die zichzelf vrij, progressief en een voorvechter van burgerrechten vindt) met name geroepen wordt in de context van homogeweld van Marokkaanse zijde.
Maar als deze mensen van onze homo’s moeten afblijven, dan zijn het dus hun homo’s niet? Maar veel Marokkanen zijn toch gewoon Nederlander? Weliswaar Nieuwe Nederlanders, maar ook een nieuwe auto is nog steeds een auto, zullen we maar zeggen.
Ik kan alleen maar concluderen dat de slagzin ‘van onze homo’s afblijven’ fout is. Onbedoeld is dit een resultant van het typische wij-zij-denken, wat via de achterdeur dus ook al bij Groenlinks naar binnen is geslopen.
We moeten er dus aan wennen dat dankzij de nieuwe maatschappelijke samenstelling homo’s absoluut gezien minder geliefd zijn.
Dat is niet leuk maar vraagt om een andere aanpak. Niet meer de progressieve Nederlander positioneren tegenover de minder progressieve, maar gewoon dat woord onze voortaan weglaten uit welke slogan dan ook.

Van Noord naar Zuid met de PvdA



March 2nd, 2010 by David Glas

nzlijnadam

Gister was het zover. Een opmerkelijk verkiezingsdebat op Nederland 1. Opmerkelijk omdat het debat was georganiseerd in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen, maar er een landelijke agenda werd gevoerd. Stedelijke dynamelijk kwam nauwelijks aan bod.
Het was ook opmerkelijk omdat Wouter Bos het zo goed deed, en Agnes Kant zo slecht. Wouter Bos gedroeg zich als een staatsman. Wars van vreemde politieke spelletjes. Daarnaast werd het duidelijk wat Wouter Bos zo siert: zijn draaikonterij. Draaikonterij is inherent aan de politiek, en ik vind het derhalve fijn om een leider openlijk te zien twijfelen.

Als voorbeeld: er werd hem gevraagd of hij in de toekomst nog wilde samenwerken met het CDA. Hij wilde hier geen antwoord op geven. Naar eigen zeggen omdat hij zijn blikveld wil leggen op gesprekken in het land.
Dit klinkt laf en slap, maar in kan met goed voorstellen dat Bos partijpolitiek even beu is. In zijn ogen is partijpolitiek nu even niet belangrijk. Dit kan ik alleen maar beamen.
Bovendien: journalisten verdraaien je woorden gemakkelijk waardoor de coalitiegesprekken al beginnen voor welke verkiezing dan ook.

En Agnes Kant. Tja, wat moet je daar nu mee. Ze bakte er werkelijk niets van. Ze straalt weinig autoriteit is en krijgt het niet voor elkaar met een geloofwaardige argumentatie op de proppen te komen. Alleen stemverheffing kreeg de camera’s op haar gericht. Ik vond het een genante vertoning.
Het is dat Grote Roerganger Jan Marijnissen nog niet in zijn graf ligt, anders had hij zich gegarandeert omgedraaid.

Enfin, een interessant onderwerp van gesprek vond ik de Amsterdamse Noord-Zuidlijn. De messen werden rondom de kilometerheffing geslepen, de Noord-Zuidlijn werd gebruikt als casus. Het ultieme voorbeeld van hoe het niet moet, volgens sommigen.
Hierbij gooide Wouter Bos hoge ogen, door te stellen dat de lijn erg duur is geworden, maar dat het een noodzakelijke investering betreft.
Agnes Kant vond dat de Noord-Zuidlijn gelijk staat aan geld weggooien. Dit is natuurljk verschikkelijke onzin. Als de lijn straks af is, is deze erg duur geweest. Dat is wat anders dan geld weggooien. Als je geld weggooit, heb je er niets voor terug, in dit geval ligt er straks een Noord-Zuidlijn. Persoonljk vind ik dat een aanwinst voor de stad.
Zo nu en dan moet ik naar Amsterdam Zuid, en de tram is een ware hel. De huidige infrastructuur is niet meer gebaseerd op de zoiets lulligs pittoresks als een tram.
Buiten dat, de Noord-Zuidlijn is nu ook te zien als een mooi werkgelegenheidsproject. Ook niet onbelangrijk in deze tijden. Iedereen die zegt; “niet afmaken” weet niet wat hij of zij zegt en verdient in geen geval het pluche. Er is dan jarenlang voor niets gegraven, de bestelde trams en boor kunnen worden teruggestuurd (wel graag de rekening betalen) en ik kan voortaan weer tussen de toeristen naar financieel mekka de Zuid-As. Stem dus in geen geval op lokaal suffertje Red Amsterdam (let vooral op die briljante woordspeling in hun verkiezingsslogan: I Amstredam. Haha).

Maar wat gaat er nu mis bij dit soort bouwprojecten? Volgens Rutte hebben ambtenaren geen kennis van dit soort projecten en begaan we de fout door nieuwe technieken te gebruiken. Ik vraag me dan af over welke ambtenaren Rutte het heeft. Nederland staat bekend om zijn kundige ambtenaren, ook op bouwkundig niveau.
Daarnaast wordt elk voorstel in Nederland – los van het monikkenwerk van ambtenaren – nauwkeurig gewogen door tal van adviescommisies, bouwkundige rekenkamers en commerciele bouwbedrijven. Er wordt allesbehalve niet over een enkele nacht ijs gegaan.
Anderzijds is onze liberaal dus tegen innovatie. Geen innovatie, want dat kon wel eens een dure grap worden.

Maar wat gaat er nu echt mis? Wat er misgaat is dat de mensheid niet in staat is om onbekende projecten te plannen. Voer voor complotdenkers natuurlijk, maar het is schier onmogelijk vooraf een volledig onbekend terrein in kaart te brengen.
Maar waarom zijn bestuurders en politici dan niet eerlijk over deze uitgaven?
Enerzijds omdat de mens niet toegeeft dat plannen niet in haar natuur zit. In mijn professionele carriere merk ik dat mensen voortdurend deadlines missen. Het bekende uitstelgedrag is dus optima forma des mens.
Een andere belangrijke reden is dat eventuele meerkosten ongekend zijn. Dus hoe kun je dat inramen? Je kunt dan nooit meer een ambitieus bouwproject beginnen, omdat de kosten onbekend zijn.
Vanzelfsprekend gaan technici uit van reele, gekende kosten. Het ideaalplaatje dus. Dit is misschien niet keurig, maar het kan ook niet anders. Van moedwil is geen sprake. De van nature optimistische technici gaan uit van mogelijkheden, niet van beperkingen. 

En uiteindelijk heeft Bos helemaal gelijk. Als de Noord-Zuidlijn er eenmaal ligt hoor je hier niemand meer over. Net zoals je niemand hoort over de Oostlijn, waar zelfs rellen over ontstonden. Of neem nu het beroemde Sydney Opera House. Dit gebouw kostte maar liefst 10 keer zoveel als geraamd. Maar nu is het de trots van Sydney. De zeurpieten zijn gestopt met klagen.

Tegenover de onrealistische begroting staat de realistische politicus zoals Bos, die durft de draaien en durft te zeggen ‘ik weet niet wat er morgen gebeurt’.  

Innovatie mag geen prijs hebben. Het is het ultieme mens-zijn. Het ultieme dromen. De spelende mens. In een volgende blog meer hierover, met als onderwerp: de ruimtevaart.

Ik was hier eerst..



February 26th, 2010 by David Glas

muurwestbank

Het is eindelijk zo ver. Na een aantal jaar programma-maken kan ik  dan eindelijk met het conflict der conflicten aan de slag: op 27 april is er een programma over de Westelijke Jordaanoever, wat ik maak in samenwerking met de VPRO.
Het is er zo lang niet van gekomen omdat het confict al zo vaak aan bod komt in diverse fora, debatcentra, media en publieke opinie. Ik voelde niet de behoefte hier aandacht aan te besteden. Maar nu mag het wel eens.

Wat ik een interessant component in dit confict vind is dat beide partijen claimen dat de grond van de West Bank hen toebehoort. Onder andere in Nederland heerst het gevoel dat de Palestijnen daar het eerst waren, en dat de Israelieten niet te zoeken hebben aldaar.
Op zich klinkt dit logisch en aannemelijk, toch is de aanname dat de Palestijnen eerst waren moeilijk hard te maken. Althans, het is afhankelijk van interpretaties.
In de eerste plaats bestaat de Palestijn in concrete zin niet. Een Palestijn is in brede zin inwoner van het oude Palistina, waar tegenwoordig ook Israel toe behoord. Aan de andere kant, in enge zin gaat het om al die inwoners die in het voormalige oude Palistina wonen, minus iedereen die binnen de grenzen van de staat Israel woont.
Palestina is een gecreerd gebied. Inwoners daarvan Palestijnen. Vaak wordt gedacht dat Palestijnen tot een aparte etnische of culturele groep behoren, dit in tegenstelling tot Joden die in Israel wonen. 
Dit valt te betwisten. Feitelijk is de naamgeving gewoon een kwestie van de plek waar je woont. Onlangs vertelde iemand mij uitgelaten dat er toch een hoop Palestijnen vreedzaam in Israel wonen, met de Israelische nationaliteit. Dit is onzin. Zodra een Palestijn de Israelische identiteit heeft, is deze geen Palestijn meer. Palestijnen met de Israelische nationaliteit bestaan dus niet.
Wat nog lastiger is; er is geen Palestijnse staat. Hooguit een stuk niemandsland waar diverse volken wonen die zich verenigd hebben onder de noemer ‘Palestijnen’. Het is geen staat. Dus waar moeten Palestijnen zich op beroepen?
Het conflict gaat dus niet om een conflict tussen twee groepen of partijen, maar over een groot gebied, waar op een gegeven moment een staat werd opgericht. Deze staat slokt langzaam de regio op. Met veel internationaal en lokaal protest als gevolg.
Het stichten van een Palestijnse staat zou de groei van Israel tot stoppen kunnen brengen. Hier zie ik echter weinig heil in. Beide partijen kennen immers dezelfde heilige ideeen aan dezelfde gebieden toe.
Mijn oplossing zou dus zijn om heel het gebied in Israel te veranderen. Een seculiere staat, met Godsdienstvrijheid en een degelijk programma om minder bedeelden te helpen middels sociale programma’s. Dit Grote Israel zou tijdelijk onder protectoraat moeten komen te staan van de internationale gemeenschap.

Dus geen tweestatenoplossing waarbij het verschil tussen mensen vooral bestaat in het idee dat de religieuze en culturele elementen niet te verenigen zijn, maar een enkele sterke staat waar dit idee niet meer ter zake doet.

De logica van de staat



February 8th, 2010 by David Glas

border

Binnenkort verschijnt een boek bij De Balie. Nu, het is niet echt een boek, maar meer een atlas, aangevuld met essays/artikelen.
Het boek is onderdeel van de serie Domino Kosovo van De Balie. Domino Kosovo was een programmaserie over grenzen, onafhankelijkheid, secessie en staatsafscheiding. Het boek sluit deze serie af.

Ik neem ook een artikel voor mijn rekening met als hoofdvraag: wanneer is de kans nu groot dat een regio zich af gaat scheiden van haar moederland.
Belangrijke rode draad in dit artikel, mede als in de serie, is het concept staat, of liever gezegd natiestaat.

Nu ik weer mee bezig ben realiseer ik me dat het begrip staat erg interessant is. Met de staat is iets vreemds aan de hand:

Net als een hoop concepten is de staat een construct dat dwingend is. Mensen gaan zich gedragen naar bekende constructen. Denk hierbij aan constructen als liefde, werk, vriendschap en onderwijs. Allemaal grote concepten, waar ideeen achter schuil gaan en welke het leven van allerdag onbewust bepalen. 
Het concept staat geeft  betekenis aan behoeften van mensen.
Sinds de 19e eeuw is de staat de consoliderende mal waar het maatschappelijke, sociale en culturele leven in gegoten is.
De staat is het referentiekader waarlangs tal van politieke en maatschappelijke discours zich verplaatsen.
De natiestaat staat voor soevereiniteit. In de wereldpolitiek is elke staat – in ieder geval op papier – gelijkwaardig. Soevereiniteit staat voor optimale zelfbeschikking. Staten bieden primair ook bescherming aan haar burgers. De staat beschermt burgers tegen oorlogsdreiging van buurlanden. De staat beschermt haar eigen economie. En bovendien, de staat beschermt de veronderstelde nationale identiteit van haar burgers.  
En vaak lopen diverse van dit soort belangen door elkaar heen. Zo kent de EU zogehete Beschermde oorsprongsbenaming, waarmee typische gerechten als boerenkaas uit Nederland en Mozzarella-kaas uit Italie alleen nog maar in betreffende streken en landen mag worden vervaardigd. Dit lijkt een maatregel tegen oneerlijke concurrentie te voorkomen, maar gaat in praktijk vooral om bescherming van een gevoel van identiteitswaarde. Onze kaas mag toch zeker niet door Belgen of Duitsers gemaakt worden?

Bescherming dus, misschien de belangrijkste motivatie achter de oprichting van de staat.
De vele onafhankelijksoorlogen welke gevoerd zijn door moderne Westerse staten voeden het idee dat ieder volk een eigen staat  nodig heeft, en zelfs verdiend.
De Duitse Bondskanselier Bismarck voerde in de 19e eeuw een omgekeerde strijd. Door het creeeren van een gemeenschappelijke vijand, die hij zag in met name Frankrijk, wist hij de door de Duitse elite gewenste eenheid te bewerkstelligen.
Geen staat door een onafhankelijksstreven jegens een moederstaat dus, maar een staat door een eenheidsstreven.

In ieder geval, zonder staat zijn je economische en militaire belangen, incluis je identiteit, aan de wolven overgeleverd.
Mede hierdoor zijn er vandaag nog veel afscheidingsbewegingen actief. Van Friesland tot Baskenland, van Pakistan tot Texas: overal op de wereld zijn ze actief.

Anderszijds, concepten worden  voortdurend opnieuw vormgegeven, zijn door mensenwerk aan verandering onderhevig. Dit gaat vaak indirect.
Zo is het concept auto enorm aan verandering onderhevig. Niet omdat men die auto wil veranderen, maar omdat veranderende omstandigheden waarin de auto opereert mensen dwingen de auto anders te definieren. Deze moet onder andere vooral zuiniger. Dit verandert de auto - mogelijk ongewild - ook.

Dit geldt ook voor de oude vertrouwde staat.  Bijvoorbeeld; de Europese staat is niet meer wat zij was. Tot op grote hoogte zijn staatszaken overgeheveld naar Europees niveau. Europa voert op grote hoogte een gemeenschappelijk grenzenbeleid, een monetair beleid en een overkoepelend rechtsidee. Ofwel, The End of Sovereignty.

Een vervelend neveneffect is dat inwoners van de EU het idee hebben dat ze hun identiteit moeten inleveren, dat we straks niets meer te zeggen hebben over ons eigen land. Dit werkt nieuwe gevoelens van gewenste onafhankelijkheid weer in de hand.

Er is dus sprake van een paradox. De vraag is hoe hier mee om te gaan. Had Nederland in der tijd de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo moeten steunen?
Moet het hele idee van het hebben van een eigen staat niet worden ontmoedigd, omdat het concept staat per definitie een anachronisme lijkt te zijn geworden?

Het is waarschijnlijk niet erg sympathiek om op te merken, maar moet ook de Dalai Lama niet worden geadviseerd Tibet op te geven, inplaats van te streven naar meer autonomie?

Het belang van kunst



December 17th, 2009 by David Glas

kunst

Onlangs woonde ik in De Balie het debat ‘De toekomst van de kunstkritiek in de dagbladpers’ bij. Een avond waarbij de vraag centraal stond hoe kunstkritiek kan overleven in de huidige dagbladen. Advertentieinkomsten lopen terug, en dat geldt al helemaal voor de kunstkaterns. Immers, adverteerders willen voor geen goud op die pagina’s staan. Ze worden blijkbaar slecht gelezen.
Na verloop van tijd vroeg filosoof en criticus Maarten Doorman, die in het publiek zat, aan de aanwezige panelleden of zij het belang van een degelijk kunstkatern met dito kritiek kunnen beschrijven. Kortom, waarom kunst?
Tot op grote hoogte is deze vraag blijkbaar niet im frage. Zo begon Job Woudt van het Financieel Dagblad enorm te stotteren bij deze vraag. ‘Het hoort er gewoon bij’, was de strekking van zijn antwoord.
Raymond van den Boogaard maakte het helemaal bont door te stellen dat het Bildungskunst voor de mens is. Hij vond dat een beetje mens nu eenmaal van kunst moet houden. Waarom? Omdat dat zo is.
Het is vreemd en stuitend dat de vraag ‘waarom kunst’ zo moeilijk te beantwoorden valt en dat deze eigenlijk niet gesteld mag worden. Vooral in tijden dat kunst niet populair is en vooral wordt gezien als een speeltje van links, moet hier weer opnieuw over gedacht worden.

En antwoord kan zijn dat de kracht van kunst is dat het geen enkel belang dient of heeft. In een wereld waar alles draait om tal van belangen (wie heeft de beste publicatie, wie is politiek-gezien aan zet, what about the money), bevindt kunst zich in spleten en kieren als een belangeloos product. Daarom is het fijn zo nu en dan naar musea te gaan. Plekken waar de financiele molen even stil staat, in tegenstelling tot ander vermaak zoals het bezoeken van Blockbusters in Bioscopen.
Mijn collega Eric Kluitenberg beschrijft kunst als een restproduct van het industriele tijdperk. Doordat men ging verdienen bleven middelen om kunst te maken aan de strijdstok hangen.
Kortom, neem kunst niet als vanzelfsprekend aan, maar blijf nadenken over het waarom.