Beter een goede buur…
April 11th, 2011 by David Glas
Elk jaar wordt in het Belgische Waregem ‘de internationale (!?) dag van de buren’ georganiseerd. Broodnodig blijkbaar, want volgens de organisatoren is het volgende aan de hand:
“In deze vluchtige wereld vergeten we echter al te vaak onze buren. We kennen elkaar nog nauwelijks”
Dit is een veel gehoorde klacht. De wereld is sterk geindivualiseerd, we hebben allemaal haast, staan niet meer stil bij elkaars zorgen en hebben alleen nog maar oog voor onszelf.
Allemaal zeer bekende klachten die je vooral hoort van mensen met een ietwat angstige inborst. Maar kloppen al deze klachten wel? En is het allemaal erg?
Zo valt mij het woord ‘vluchtig’ erg op. Persoonlijk snap ik weinig van het gebruik van het woord vluchtig. Hoezo is de wereld van vandaag vluchtig? Omdat de mensheid meer om handen heeft? Omdat ontwikkelingen elkaar sneller opvolgen? Omdat hypes de wereld vandaag de dag beheersen? Misschien is dit allemaal waar, maar dat maakt de wereld toch niet vluchtig?
De mensheid documenteert er op los. Hoe langer de mensheid bestaat, hoe minder vluchtig de wereld wordt. Alles wordt opgeslagen. Momenten bestaan niet meer bij de gratie van het moment, maar bij de gratie van de documentatie daarvan. Of het nu is in de vorm van een krantenartikel dat in de digitale archieffunctie verdwijnt, een beknopt verslag op facebook of een serie digitale foto’s, vluchtig is het allerminst.
Daarnaast maakt dat de uitgekristalliseerde wetenschap en steeds betere archieffuncties van publieke organenen zoals het Nederlands Beeld- en Geluidinstituut dat informatie steeds beter geduid wordt. De mensheid kan niet anders dan steeds verder voortborduren op het voorgaande. De hoeveelheid informatie neemt immers toe. Hier komt bij dat het publieke geheugen groter wordt. Het aantal feestdagen en jubilea neemt alsmaar toe. De bewering dat de wereld vluchtig wordt is misschien een verkeerde conclusie op juiste symptomen.
Dat de wereld complexer wordt lijkt me wel een juist constatering. Mede door het stapelen van informatie, de eerder genoemde archieffunctie en het alsmaar duiden van voorgaande informatie neemt de wereld in complexiteit toe.
Hier komt nog bij dat mondialisering en digitalisering de wereld vooral ingewikkelder hebben gemaakt. Je bent als mens niet langer aangesloten op je eigen lokale fysieke omgeving, maar staat in verbinding met tal van knooppunten elders op de wereld. De stad of het dorp verliest daarmee tot op zekere hoogte haar standaardfunctie. Een goed effect hiervan is dat mensen steeds meer spullen bestellen via handelsportals zoals ebay, zelf beleggen via sites als Alex en Lynx en steeds meer in contact staan met de aloude ‘andere kant van de wereld’.
Maar deze toegenomen complexiteit mag vooral niet verward worden met het woord vluchtig.
Nu terug naar die onbekende buur. Het is opvallend, maar in hoofdzaak is het verschijnsel stedelijk. In dorpen is men vaak nog wel op de hoogte van het reilen en zeilen van elkaars buren.
Maar wat zegt dat nu over de stad? Zijn mensen daar asocialer geworden en interesseert het echt niet meer wie hun buren zijn?
Ik denk dat het in de eerste plaats ligt aan praktische elementen. Het systeem van steden dwingt mensen zich op anderen te richten inplaats van op de buren. Zo hebben veel stedelijke woningen geen tuinen, maar wel afgeschermde balkonnen en een simpele portiek waardoor men naar binnen en naar buiten gaat. Op de directe straat voor de wooncomplexen is weinig te beleven. In steden betreft het zelden woonerven waar een gezellige buurtbarbecue mogelijk is. Deze structuur maakt dat het een stuk lastiger is je buren dagelijks te treffen, bij tal van typisch dorpse taferelen, zoals het wassen van de auto, het werken in de tuin of bij het simpele binnenkomen van een huis. En over dat binnenkomen van een huis: zelden gebeurt dit op hetzelfde moment in de stad. Loop door een gemiddeld dorp of door een klein slaapstadje om zeven uur ‘s avonds, en bijna iedereen zit aan tafel, te eten, met of zonder televisie. Loop door deze zelfde straat om 1 uur ‘s nachts en alle lichten zijn gedoofd. Anders dan de stad, waar de 24-uurseconomie gezellige momenten bij de voordeur vermijdt.
In een tweede plaats, en dat is veel belangrijker, hebben dorpen nauwelijks publieke ruimten, zoals deze in steden bestaan. De stad bestaat uit gratie van publieke ruimten: de kroeg; de pleinen; de Amsterdamse grachten; de parken; de winkelstraten: het leven in een stad speelt zich tot op grote hoogte buiten de deur af. Op straat, met anderen, in de publieke ruimten, door bevindt zich de kern en crux van het stadse leven. Laatstgenoemde is vermoedelijk de reden dat mensen graag in een stad gaan leven. Er is immers altijd iets te beleven. Dit doe je bij voorkeur met andere mensen.
En natuurlijk ook onmiskenbaar: in de stad is veel meer bevolksingsdoorstroom. Dit is geen nieuw verschijnsel, maar inherent aan de stad. Studenten wonen er tijdelijk, mensen gaan er hun gelijk beproeven, expats strijken er neer. Het statische dorp maakt het veel gemakkelijker je buren te kennen, omdat de bevolkingsdoorstroom daar een stuk stabieler en minder groot is.
Tot slot is een stad veel groter. Ondanks de publieke ruimten, staat het de stadsbewoner vrij om precies te bepalen waar dit leven zich af moet spelen. Dit geschiedt volgens eigen voorkeuren en smaak. Dit is niet vreemd: in een stad is je werkplek ver verwijdert van je woonhuis, je vrienden wonen verspreidt over de stad en de grootte van de stad maakt het onmogelijk dat je altijd bij dezelfde kroeg te vinden bent. In een dorp is dit een stuk eenvoudiger. Je ontmoet elkaar bij de supermarkt of in de dorpskroeg. Je buren.
Ik durf hiermee te concluderen dat de stadsbewoner per definitie socialer is, en dat men in de stad de eigen buren niet kent, maar er wel een fundamenteel socialer leven op na houdt.
Een socialer leven dat bovendien tot op veel grotere hoogte openstaat voor vreemde en onbekende mensen, met eigennaardige voorkeuren. Indiviualisering, in hoeverre dit bestaat, biedt veel kansen. Kansen om nieuwe mensen toe te laten op basis van persoonlijke voorkeuren, met dito eigenaardigheden. Tegenover individualisering staat sociale controle, zowel impliciet als expliciet.
Ik heb overigens het idee dat dit verhaal niet alleen geldt voor Nederland, maar dat het een verschijnsel is dat internationaal geldt, voor alle steden. Bovendien is het van alle tijden, ware het niet dat de urbanisatie alsmaar toeneemt. Nooit woonden zoveel mensen in een stad, wereldwijd, als vandaag de dag. En dit aantal neemt alleen maar toe.
Laten we als stadsbewoner dus het juk van ons afgooien dat het in de stad zou gaan om jezelf, maar het moderne collectivisme vieren. Dit nieuwe collectivisme speelt zich niet langer af langs lokale en familiale patronen, waarbij de buurt en de buren een prominente plek innemen.










